De evolutie van verlichting
door Andrew Cohen
Mijn leer gaat over spirituele verlichting, zowel wat we traditionele verlichting kunnen noemen, als wat ik de nieuwe verlichting of Evolutionaire Verlichting noem. Traditionele verlichting is wat ik heb geleerd van mijn leraar, maar Evolutionaire Verlichting is wat ik in mijn eigen werk heb ontdekt en gecreëerd in de afgelopen, bijna kwart eeuw. In die jaren heb ik ontdekt dat er een nieuwe bron van emotionele, psychische en spirituele bevrijding bestaat die binnen ieders bereik ligt, voor eenieder die de ogen heeft om het te herkennen en het hart om het te begeren. Eenvoudig gezegd, verlichting evolueert. Het wordt niet langer alleen gevonden in de gelukzaligheid van tijdloos Zijn, het wordt ook gevonden in de extatische urgentie van evolutionair Worden.
Pas na vele jaren van diepe introspectie, dialogen met meesters en denkers van alle tradities, en geëngageerd samenwerken met duizenden spirituele zoekers van over de hele wereld, begon ik te begrijpen waar deze nieuwe verlichting eigenlijk over gaat. Waarom het zo anders is dan al het voorgaande en waarom het, volgens mij, niet alleen de sleutel is tot onze persoonlijke ontwikkeling, maar ook tot onze culturele evolutie. Op de volgende pagina's zal ik kort mijn reis van de oude verlichting naar de nieuwe verlichting met je delen.
Ik werd spiritueel leraar in 1986 nadat een krachtig ontwaken mijn leven onherroepelijk veranderde. Mijn eigen leraar, H.W.L. Poonja, kwam uit de Advaita Vedanta traditie en het was de tijdloze eenvoud van deze oude leer die mijn ontwaken katalyseerde. De essentie van mijn realisatie was simpel: alles is zoals het is. Het was een klassieke satori, of verlichtingservaring, het doorzien van de illusie van tijd rechtstreeks naar tijdloosheid, ontwaken tot het eeuwige Nu, de mystieke, absolute, non-duale, niet relatieve Grond van Zijn. Mijn leraar leerde me − zoals hij had geleerd van zijn leraar, de grote heilige Ramana Maharshi − dat de vrijheid waar ik naar zocht reeds aanwezig was als de grond van mijn eigen bewustzijn.
Die grond, de diepste dimensie van wie we allemaal zijn, bestaat altijd al vóór de tijd en het creatieve proces. Dat is de reden dat mystici ons eeuwenlang hebben verteld dat we nergens heen hoeven en dat er niets te doen is, behalve dat te realiseren. Na mijn eigen ontwaken tot deze tijdloze waarheid, bracht ik deze kennis in eerste instantie op dezelfde manier over als hij aan mij was overgebracht. Mijn spontane reactie op degenen die naar mij toe kwamen in de eerste jaren van mijn carrière als leraar was gewoon dit: Realiseer het je en geef je over. Realiseer en ontdek dit mysterie dat niet kan worden begrepen door de geest, en geef je daar en alleen daar aan over. Realiseer je dat je nooit bent geboren. Geef je over aan het feit dat je nooit onvrij bent geweest. Realiseer je dat er geen probleem is en kom nooit op dat besef terug. Geef je daar en alleen daar aan over. Ik was er door mijn eigen ervaring zonder enige twijfel van overtuigd dat er niets was om naar te streven, niets om te doen, en niemand om te zijn of te worden. Eigenlijk was ik in die dagen zo zeker van dit standpunt, dat ik vraagtekens zette bij de echtheid van een spirituele leer die impliceerde dat er iets in de toekomst was om naar toe te groeien, iets anders dan die wij altijd al zijn.
Deze leer is niet nieuw. Het is een kostbaar juweel dat gedurende duizenden jaren van meester op leerling werd overgebracht. Het eeuwige doel waar het naar verwijst is in wezen transcendentie − een enorme bevrijding of ontsnapping aan tijd, geest en wereld die wordt gevonden wanneer men ontwaakt tot het tijdloze, vormloze domein van het Zijn. In de meeste traditionele mystieke leren, is deze onwereldse nadruk op transcendentie als het doel van verlichting niet veranderd sinds Boeddha de dharma predikte in het oude India vijfentwintighonderd jaar geleden, of sinds Shankara zijn Kroonjuweel van Onderscheid schreef in de achtste eeuw. En voor ons postmodernisten is het ook niet veranderd sinds de hoogtijdagen van de zestiger jaren toen de van Harvard-psycholoog tot psychedelische rebel omgeturnde Richard Alpert, alias Ram Dass, zijn baanbrekend spiritueel manifest en strijdoproep Be Here Now publiceerde. Bijna veertig jaar later, verkondigen spirituele bestsellers nog steeds dezelfde boodschap: Overstijg geest en tijd. Rust in het "nu", in de oneindigheid van dit moment. Al het andere is een tijdelijke illusie.
Vanuit dit perspectief is de wereld en al wat zich manifesteert louter een "spel" van het bewustzijn, of lila zoals dat heet in de Vedanta: Wat hier gebeurt is uiteindelijk niet echt. Alleen de Absolute, onveranderlijke, tijdloze, vormloze, ongemanifesteerde Grond is werkelijk. Daarom moet niets veranderen in deze manifeste wereld en is ware vrijheid te vinden door er helemaal aan te ontsnappen. Waarom zou je een illusie in stand houden? Waarom iets proberen te verbeteren dat sowieso niet echt is? Maar hoe krachtig en bevrijdend dit perspectief ook was op het moment van mijn eigen ontwaken, als spirituele leer in deze tijd begon ik het al snel problematisch te vinden. Ik zag dat velen die in die eerste jaren naar me toe kwamen, ondergedompeld waren in dezelfde wonderbaarlijke toestand van bevrijd bewustzijn die ik had ontdekt, maar het effect van deze krachtige ervaring was meestal niet hetzelfde. Het leek erop dat, bij de meeste individuen, het ontwaken tot de gelukzaligheid van Zijn niet automatisch leidde tot radicale transformatie. Veel mensen hadden grote moeite met het loslaten van twijfel, zelfs in het aangezicht van hun eigen extatische reis naar verlicht bewustzijn. Zij waren terughoudend om te accepteren en te staan voor de bevrijdende waarheid van wat ze met hun eigen geest en hart hadden gezien. Voor mij was het altijd overduidelijk dat de kracht en betekenis van het Absolute alleen gevalideerd werd door onze bereidheid om er voor te gaan staan en de grootsheid ervan te belichamen als onszelf − door actie, door keuze, door de manier waarop we leven in de wereld van tijd en vorm.
Hoe meer ik betrokken raakte bij de mensen om me heen, des te meer ontdekte ik dat de toestand van de individuele ziel, hun capaciteit voor integriteit, authenticiteit en hoger geweten, altijd een cruciale rol speelde in hun bereidheid hun eigen diepste realisatie te belichamen. Dus ik begon steeds meer van mijn aandacht te geven aan de allerbelangrijkste vraag: Hoe kunnen we het vermogen en de bereidheid cultiveren om de schoonheid, perfectie en heelheid die we in spirituele openbaring ontdekt hebben, uit te drukken? Dit was het begin van een radicale afwijking van het pad en perspectief dat ik geleerd had. Gedurende een periode van tien jaar, ging mijn leer langzaam meer en meer over de transformatie van het individu en de wereld, terwijl in de traditionele leer de nadruk echt lag op de bevrijding van zelf en wereld.
De verschillen in de manier waarop ik het nu zag, waren gebaseerd op een nieuw opkomende manier van interpreteren wat verlichting betekende. In het traditionele oosterse metafysische perspectief is de wereld niet echt, het is slechts een kortstondige verschijning, een illusie, slechts een niet-substantiële, voorbijgaande droom in de geest van God. Ik ervaarde dat anders. Voor mij was de wereld zeker reëel en in feite was het een inherente en hoogst belangrijke dimensie van wat God altijd is. Vele millenia lang, was deze vraag de vonk voor een voortdurende metafysische discussie tussen wijzen, zieners en filosofen. En het is een belangrijke. Als de wereld niet echt is, dan hoeft er niets te worden gedaan aan hoe dingen zijn. Maar als de wereld echt is, dan wordt het ons al snel duidelijk dat er echt werk moet worden gedaan. Aan dit werk was mijn leven nu gewijd. Ik was met heel mijn hart toegewijd aan de transformatie van de wereld − aan het in de wereld brengen van de kracht van verlicht bewustzijn, door middel van rationeel handelen, door middel van moreel leven, en door interactie met het tijdsproces op een zo bewust en creatief mogelijke manier.
Vanaf het allereerste begin, sinds mijn dagen als zoeker, was ik er altijd van overtuigd geweest dat verlichting zin moest hebben. Gaandeweg drong tot me door dat ik zelf uit zou moeten zoeken hoe ik de ingrijpende verandering van perspectief die ik ervoer kon vertalen in een vorm die zinnig is voor de wereld waarin ik woonde en werkte. Ik had nieuwe manieren nodig om de betekenis en het doel van verlichting te interpreteren omdat het van haar wortels in het traditionele Oosten naar haar nieuwe thuis in het postmoderne Westen reisde. Ik wist dat het belang van de vragen die ik moest beantwoorden om vooruit te komen, groter was dan alleen mijn eigen ervaring. Maar ik had nooit kunnen voorspellen waar ze me naar toe zouden leiden.
Met het verstrijken der jaren kwam mijn overtuiging dat verlichting een actie is en niet slechts een hogere staat, steeds meer naar voren in mijn leer. Ik herinner me een bepaalde ochtend vele jaren geleden tijdens een retraite in India − ik gaf een lezing en er stroomde een ongebreidelde hartstocht uit me. Ik wist niet waar het vandaan kwam, maar het vroeg dit wonder, dit geheim voorbij tijd, manifest te maken in de wereld van tijd en vorm als onszelf. Ik merkte dat ik degenen om me heen smeekte om niet alleen te ontwaken tot hun ware Zelf als tijdloos Zijn, maar ook die dringende oproep te durven beantwoorden die vrijheid uit te drukken in de wereld van Worden.
Langzamerhand werd me duidelijk dat deze ontluikende hartstocht in werkelijkheid een hartstocht was voor veel meer dan verlichting in de traditionele zin. De spirituele energie die door mijn aderen vloeide, riep me op tot een nieuwe actieve en creatieve uitdrukking van verlichting. Het was een verlichting die van nature nooit tevreden kon zijn met de manier waarop het vroeger was, ongeacht hoe glorieus dat verleden ook mag zijn geweest. Het was een verlichting die ook nooit tevreden kon zijn met hoe de dingen nu waren, zelfs op die zeldzame momenten waarop het leek dat het niet perfecter kon zijn. Het was een verlichting die werd gedefinieerd door een onophoudelijk en ecstatisch vooruit reiken naar een tot nu toe ongeboren en ongemanifesteerd potentieel, een constant uitstrekken naar een toekomstige perfectie die altijd net voorbij je vingertoppen zou liggen. Mijn innerlijke oog en hart waren gefocust op de vrijheid van die mysterieuze plaats tussen de onmiddelijkheid van het huidige ogenblik en de eindeloze opwinding van het mogelijke.
In mijn zoektocht naar het herdefiniëren van verlichting, begon ik het langzaam maar zeker te verbinden met het belangrijkste verhaal dat in onze recente culturele geschiedenis verschenen is: de ontdekking van evolutie. Als we onze aanwezigheid in deze wereld zien vanaf het gezichtspunt van een veertien-miljard-jaar-oud proces, contextueert het de spirituele impuls opnieuw in een spannend, rationeel kader met diepe betekenis.
In deze context realiseren we ons dat het ontwaken tot tijdloos Zijn, het eeuwige doel van verlichting in het Oosten, slechts de helft van het plaatje is − de helft van de totale werkelijkheid. De andere helft van het plaatje is de wereld van vorm − het proces van Worden, de universele creatieve impuls, de voortdurende explosie, het hele evolutionaire proces waar we allemaal deel van uitmaken. Als verlichting de ontdekking is van wat is, dan moet het de ultieme aard omarmen van alle dingen − gezien en ongezien, bekend en onbekend, vorm en vormloosheid, zowel Zijn als Worden. Zijn is die tijdloze leegte waaruit de kosmos werd geboren, de lege grond waaruit alles ontstaat en waarin alles uiteindelijk terugkeert. Worden is het iets dat ontstond uit het niets en dat op dit moment nog steeds aan het ontstaan is. Worden is Eros, de evolutionaire impuls, de oorsprong, die oorspronkelijke vonk van licht en energie die het hele universum heeft geschapen. En ik besefte dat het diezelfde creatieve vonk was die nu wakker werd in mijn eigen hart en geest als een gevoel van extatische urgentie om te evolueren. Dit is waarom ik een nieuw beeld begon te vormen van het doel van het spirituele pad, ik zag het doel van verlichting niet alleen als het overstijgen van de wereld, zoals ik had geleerd, maar als het transformeren van de wereld door een vertegenwoordiger van de evolutie zelf te worden. Verlichting was niet het einde van het pad. Het was het begin.
In het Oosten geloven ze dat verlichting een definitief eindpunt is, een groots resultaat dat het einde markeert van worden voor het individu. Iemand die verlicht is heeft zichzelf bevrijd van identificatie met alles wat bestaat in tijd. Deze conclusie is logisch wanneer je de culturele context beziet waarin het ontstond. In het oude India hadden ze evolutie nog niet ontdekt. Net als in bijna de hele wereld hadden ze toen nog niet vastgesteld dat de tijd een begin had en zich in een rechte lijn bewoog van het verleden naar het heden en de toekomst. Ze geloofden dat de tijd, zoals leven en dood, een zich herhalend proces was, dat constant dezelfde cyclus doorliep, voor eeuwig. Nu nog geven veel hindoes in het hedendaagse India er de voorkeur aan onze kosmische oorsprong door de lens van hun aloude Vedische wetenschap te zien, in plaats van de bevindingen van de westerse wetenschap en de moderne kosmologie te accepteren. En als de werkelijkheid gezien wordt door deze specifieke culturele lens, is het logisch dat je het eeuwige cyclische monotone bestaan al snel beu wordt en hongert naar een definitieve bevrijding. Dat is de reden waarom de tradities zeggen dat de persoon die "volledig verlicht" is, die de hele weg heeft afgelegd, een zeldzaam persoon is die zich eindelijk bevrijd heeft van de eindeloze herhaling van geboorte en dood op het wiel van nooit eindigend worden.
Het is belangrijk te onthouden dat we tot voor kort in de menselijke geschiedenis niet wisten wat we vandaag de dag weten: dat we allemaal deel uitmaken van dat ontwikkelingsproces dat een begin heeft gehad in tijd en dat ergens naartoe gaat. We hebben evolutie pas in de laatste paar honderd jaar ontdekt, en pas in de twintigste eeuw stuitten we op wat bekend staat als "deep time" − de niet te bevatten tijdsspanne van veertien miljard jaar sinds het heelal met een knal ontstond. Wanneer we het perspectief van evolutie toepassen op de aard van verlichting, verandert het alles.
Vanuit het perspectief van de eeuwige tijdloze grond hebben de traditionele leraren gelijk. De hoogste spirituele waarheid is dat er nooit iets gebeurd is, jij en ik zijn nooit geboren en de oerknal heeft nooit plaatsgevonden. Dat is verlichting, dat is bevrijding, dat is samadhi, dat is satori. Maar vanuit het perspectief van evolutie verandert het hele plaatje. De moderne wetenschap en kosmologie hebben duidelijk aangetoond dat de tijd niet beweegt in voorspelbare cycli die keer op keer terugkomen op hetzelfde punt, maar dat het in feite een lineair proces is. Veertien miljard jaar ontwikkeling hebben al het manifeste geproduceerd − het gehele universum zoals we dat kennen met alles erin, met inbegrip van haar grootste mysterie: het vermogen tot bewustzijn zelf. De pijl van de tijd is een creatief proces en de capaciteit voor creativiteit en vernieuwing is het meest bijzondere deel van het hele grootse ontvouwen − van de oerknal tot dit moment. Dit is niet slechts een herhaling van een eindeloze cyclus. Dit is niet allemaal al eens eerder gebeurd. Waar we naartoe gaan ligt niet al vast.
Het meest spannende deel van dit besef is dat we ontdekken, wanneer we diep in onze eigen ervaring kijken, dat ons eigen opkomende verlangen naar geestelijke vrijheid niet los staat van de impuls die het hele proces vooruit stuwt. Ik noem dit de evolutionaire impuls. Als we ontwaken tot deze impuls, ontdekken we iets wonderbaarlijks: dat dynamische en steeds evoluerende scheppende principe is niets anders dan ons eigen Authentieke Zelf. Dit is de nieuwe bron van spirituele bevrijding in de leer die ik Evolutionaire Verlichting ben gaan noemen. Het gaat niet alleen om ontwaken tot tijdloos zijn − het gaat over het ontwaken tot eeuwig, extatisch Worden. Evolutionaire Verlichting roept ons op onze ogen te openen voor zowel de tijdloze rust van Zijn als de niet aflatende hartstocht van de evolutionaire impuls.
De reden dat de evolutionaire impuls de bron is van de nieuwe verlichting, is omdat het gericht is op de toekomst. En dit is het belangrijkste onderscheid: de oude traditionele verlichting is niet toekomstgericht, het is helemaal niet tijd-georiënteerd. Traditionele verlichting wijst ons voorbij de wereld, voorbij tijd en ruimte, naar dat wat, tenminste tot nu toe, altijd de eeuwige bron van spirituele vrijheid en mystieke bevrijding is geweest: de Grond van Zijn. Maar diegenen in de eenentwintigste eeuw die naar de toekomst kijken, hebben dringend behoefte aan een mystieke spiritualiteit en bron van zielsbevrijding, die ons niet van de wereld vandaan wijst, maar wijst naar de grote volgende stap die we moeten nemen in onze wereld. Die volgende stap zal niet vanzelf ontstaan −
hij kan alleen bewust worden gezet door mensen die ontwaakt zijn tot dezelfde impuls die het hele proces voortstuwt. Als we ontwaken tot dit weidse perspectief, wordt een overweldigende en diepe waarheid duidelijk: Op dit punt in de evolutie is het proces afhankelijk van ons. Het evolutionaire proces heeft onze bewuste en betrokken participatie dringend nodig. In de afgelopen tien jaar is dit uitgegroeid tot het kenmerkende thema en uiteindelijke doel van Evolutionaire Verlichting. De oude verlichting, met al zijn kracht om de menselijke geest en het hart van lijden te bevrijden, kan ons alleen voorbij de wereld brengen. Maar wanneer we ons realiseren dat de wereld ons betrokken en verlichte optreden nodig heeft, wordt het urgent dat we een spiritueel pad, een beoefening en een filosofie vinden die ons bekrachtigt om moedig en hartstochtelijk deel te nemen aan het snel veranderende proces waar we middenin staan.
Dit bevrijdende spirituele perspectief op de menselijke ervaring is helemaal van deze tijd en inherent creatief. Het is een spirituele leer voor dit moment omdat het centrale principe is dat een meer verlichte toekomst voor onze wereld afhankelijk is van slechts één ding − onze hogere ontwikkeling. De wereld om ons heen verandert net zoveel ten goede, als wij bereid zijn onszelf te veranderen. De wereld waarin we wonen en die we co-creëren, begint te transformeren als wij dat doen. Het oude model van verlichting was er een waarin het individu werd bevrijd, maar de wereld bleef hetzelfde. In de nieuwe verlichting is het punt niet meer alleen de bevrijding van het individu, het is de evolutie van zelf, cultuur en kosmos als het individu. Dat is Evolutionaire Verlichting.
Pas na vele jaren van diepe introspectie, dialogen met meesters en denkers van alle tradities, en geëngageerd samenwerken met duizenden spirituele zoekers van over de hele wereld, begon ik te begrijpen waar deze nieuwe verlichting eigenlijk over gaat. Waarom het zo anders is dan al het voorgaande en waarom het, volgens mij, niet alleen de sleutel is tot onze persoonlijke ontwikkeling, maar ook tot onze culturele evolutie. Op de volgende pagina's zal ik kort mijn reis van de oude verlichting naar de nieuwe verlichting met je delen.
Ik werd spiritueel leraar in 1986 nadat een krachtig ontwaken mijn leven onherroepelijk veranderde. Mijn eigen leraar, H.W.L. Poonja, kwam uit de Advaita Vedanta traditie en het was de tijdloze eenvoud van deze oude leer die mijn ontwaken katalyseerde. De essentie van mijn realisatie was simpel: alles is zoals het is. Het was een klassieke satori, of verlichtingservaring, het doorzien van de illusie van tijd rechtstreeks naar tijdloosheid, ontwaken tot het eeuwige Nu, de mystieke, absolute, non-duale, niet relatieve Grond van Zijn. Mijn leraar leerde me − zoals hij had geleerd van zijn leraar, de grote heilige Ramana Maharshi − dat de vrijheid waar ik naar zocht reeds aanwezig was als de grond van mijn eigen bewustzijn.
Die grond, de diepste dimensie van wie we allemaal zijn, bestaat altijd al vóór de tijd en het creatieve proces. Dat is de reden dat mystici ons eeuwenlang hebben verteld dat we nergens heen hoeven en dat er niets te doen is, behalve dat te realiseren. Na mijn eigen ontwaken tot deze tijdloze waarheid, bracht ik deze kennis in eerste instantie op dezelfde manier over als hij aan mij was overgebracht. Mijn spontane reactie op degenen die naar mij toe kwamen in de eerste jaren van mijn carrière als leraar was gewoon dit: Realiseer het je en geef je over. Realiseer en ontdek dit mysterie dat niet kan worden begrepen door de geest, en geef je daar en alleen daar aan over. Realiseer je dat je nooit bent geboren. Geef je over aan het feit dat je nooit onvrij bent geweest. Realiseer je dat er geen probleem is en kom nooit op dat besef terug. Geef je daar en alleen daar aan over. Ik was er door mijn eigen ervaring zonder enige twijfel van overtuigd dat er niets was om naar te streven, niets om te doen, en niemand om te zijn of te worden. Eigenlijk was ik in die dagen zo zeker van dit standpunt, dat ik vraagtekens zette bij de echtheid van een spirituele leer die impliceerde dat er iets in de toekomst was om naar toe te groeien, iets anders dan die wij altijd al zijn.
Deze leer is niet nieuw. Het is een kostbaar juweel dat gedurende duizenden jaren van meester op leerling werd overgebracht. Het eeuwige doel waar het naar verwijst is in wezen transcendentie − een enorme bevrijding of ontsnapping aan tijd, geest en wereld die wordt gevonden wanneer men ontwaakt tot het tijdloze, vormloze domein van het Zijn. In de meeste traditionele mystieke leren, is deze onwereldse nadruk op transcendentie als het doel van verlichting niet veranderd sinds Boeddha de dharma predikte in het oude India vijfentwintighonderd jaar geleden, of sinds Shankara zijn Kroonjuweel van Onderscheid schreef in de achtste eeuw. En voor ons postmodernisten is het ook niet veranderd sinds de hoogtijdagen van de zestiger jaren toen de van Harvard-psycholoog tot psychedelische rebel omgeturnde Richard Alpert, alias Ram Dass, zijn baanbrekend spiritueel manifest en strijdoproep Be Here Now publiceerde. Bijna veertig jaar later, verkondigen spirituele bestsellers nog steeds dezelfde boodschap: Overstijg geest en tijd. Rust in het "nu", in de oneindigheid van dit moment. Al het andere is een tijdelijke illusie.
Vanuit dit perspectief is de wereld en al wat zich manifesteert louter een "spel" van het bewustzijn, of lila zoals dat heet in de Vedanta: Wat hier gebeurt is uiteindelijk niet echt. Alleen de Absolute, onveranderlijke, tijdloze, vormloze, ongemanifesteerde Grond is werkelijk. Daarom moet niets veranderen in deze manifeste wereld en is ware vrijheid te vinden door er helemaal aan te ontsnappen. Waarom zou je een illusie in stand houden? Waarom iets proberen te verbeteren dat sowieso niet echt is? Maar hoe krachtig en bevrijdend dit perspectief ook was op het moment van mijn eigen ontwaken, als spirituele leer in deze tijd begon ik het al snel problematisch te vinden. Ik zag dat velen die in die eerste jaren naar me toe kwamen, ondergedompeld waren in dezelfde wonderbaarlijke toestand van bevrijd bewustzijn die ik had ontdekt, maar het effect van deze krachtige ervaring was meestal niet hetzelfde. Het leek erop dat, bij de meeste individuen, het ontwaken tot de gelukzaligheid van Zijn niet automatisch leidde tot radicale transformatie. Veel mensen hadden grote moeite met het loslaten van twijfel, zelfs in het aangezicht van hun eigen extatische reis naar verlicht bewustzijn. Zij waren terughoudend om te accepteren en te staan voor de bevrijdende waarheid van wat ze met hun eigen geest en hart hadden gezien. Voor mij was het altijd overduidelijk dat de kracht en betekenis van het Absolute alleen gevalideerd werd door onze bereidheid om er voor te gaan staan en de grootsheid ervan te belichamen als onszelf − door actie, door keuze, door de manier waarop we leven in de wereld van tijd en vorm.
Hoe meer ik betrokken raakte bij de mensen om me heen, des te meer ontdekte ik dat de toestand van de individuele ziel, hun capaciteit voor integriteit, authenticiteit en hoger geweten, altijd een cruciale rol speelde in hun bereidheid hun eigen diepste realisatie te belichamen. Dus ik begon steeds meer van mijn aandacht te geven aan de allerbelangrijkste vraag: Hoe kunnen we het vermogen en de bereidheid cultiveren om de schoonheid, perfectie en heelheid die we in spirituele openbaring ontdekt hebben, uit te drukken? Dit was het begin van een radicale afwijking van het pad en perspectief dat ik geleerd had. Gedurende een periode van tien jaar, ging mijn leer langzaam meer en meer over de transformatie van het individu en de wereld, terwijl in de traditionele leer de nadruk echt lag op de bevrijding van zelf en wereld.
De verschillen in de manier waarop ik het nu zag, waren gebaseerd op een nieuw opkomende manier van interpreteren wat verlichting betekende. In het traditionele oosterse metafysische perspectief is de wereld niet echt, het is slechts een kortstondige verschijning, een illusie, slechts een niet-substantiële, voorbijgaande droom in de geest van God. Ik ervaarde dat anders. Voor mij was de wereld zeker reëel en in feite was het een inherente en hoogst belangrijke dimensie van wat God altijd is. Vele millenia lang, was deze vraag de vonk voor een voortdurende metafysische discussie tussen wijzen, zieners en filosofen. En het is een belangrijke. Als de wereld niet echt is, dan hoeft er niets te worden gedaan aan hoe dingen zijn. Maar als de wereld echt is, dan wordt het ons al snel duidelijk dat er echt werk moet worden gedaan. Aan dit werk was mijn leven nu gewijd. Ik was met heel mijn hart toegewijd aan de transformatie van de wereld − aan het in de wereld brengen van de kracht van verlicht bewustzijn, door middel van rationeel handelen, door middel van moreel leven, en door interactie met het tijdsproces op een zo bewust en creatief mogelijke manier.
Vanaf het allereerste begin, sinds mijn dagen als zoeker, was ik er altijd van overtuigd geweest dat verlichting zin moest hebben. Gaandeweg drong tot me door dat ik zelf uit zou moeten zoeken hoe ik de ingrijpende verandering van perspectief die ik ervoer kon vertalen in een vorm die zinnig is voor de wereld waarin ik woonde en werkte. Ik had nieuwe manieren nodig om de betekenis en het doel van verlichting te interpreteren omdat het van haar wortels in het traditionele Oosten naar haar nieuwe thuis in het postmoderne Westen reisde. Ik wist dat het belang van de vragen die ik moest beantwoorden om vooruit te komen, groter was dan alleen mijn eigen ervaring. Maar ik had nooit kunnen voorspellen waar ze me naar toe zouden leiden.
Met het verstrijken der jaren kwam mijn overtuiging dat verlichting een actie is en niet slechts een hogere staat, steeds meer naar voren in mijn leer. Ik herinner me een bepaalde ochtend vele jaren geleden tijdens een retraite in India − ik gaf een lezing en er stroomde een ongebreidelde hartstocht uit me. Ik wist niet waar het vandaan kwam, maar het vroeg dit wonder, dit geheim voorbij tijd, manifest te maken in de wereld van tijd en vorm als onszelf. Ik merkte dat ik degenen om me heen smeekte om niet alleen te ontwaken tot hun ware Zelf als tijdloos Zijn, maar ook die dringende oproep te durven beantwoorden die vrijheid uit te drukken in de wereld van Worden.
Langzamerhand werd me duidelijk dat deze ontluikende hartstocht in werkelijkheid een hartstocht was voor veel meer dan verlichting in de traditionele zin. De spirituele energie die door mijn aderen vloeide, riep me op tot een nieuwe actieve en creatieve uitdrukking van verlichting. Het was een verlichting die van nature nooit tevreden kon zijn met de manier waarop het vroeger was, ongeacht hoe glorieus dat verleden ook mag zijn geweest. Het was een verlichting die ook nooit tevreden kon zijn met hoe de dingen nu waren, zelfs op die zeldzame momenten waarop het leek dat het niet perfecter kon zijn. Het was een verlichting die werd gedefinieerd door een onophoudelijk en ecstatisch vooruit reiken naar een tot nu toe ongeboren en ongemanifesteerd potentieel, een constant uitstrekken naar een toekomstige perfectie die altijd net voorbij je vingertoppen zou liggen. Mijn innerlijke oog en hart waren gefocust op de vrijheid van die mysterieuze plaats tussen de onmiddelijkheid van het huidige ogenblik en de eindeloze opwinding van het mogelijke.
In mijn zoektocht naar het herdefiniëren van verlichting, begon ik het langzaam maar zeker te verbinden met het belangrijkste verhaal dat in onze recente culturele geschiedenis verschenen is: de ontdekking van evolutie. Als we onze aanwezigheid in deze wereld zien vanaf het gezichtspunt van een veertien-miljard-jaar-oud proces, contextueert het de spirituele impuls opnieuw in een spannend, rationeel kader met diepe betekenis.
In deze context realiseren we ons dat het ontwaken tot tijdloos Zijn, het eeuwige doel van verlichting in het Oosten, slechts de helft van het plaatje is − de helft van de totale werkelijkheid. De andere helft van het plaatje is de wereld van vorm − het proces van Worden, de universele creatieve impuls, de voortdurende explosie, het hele evolutionaire proces waar we allemaal deel van uitmaken. Als verlichting de ontdekking is van wat is, dan moet het de ultieme aard omarmen van alle dingen − gezien en ongezien, bekend en onbekend, vorm en vormloosheid, zowel Zijn als Worden. Zijn is die tijdloze leegte waaruit de kosmos werd geboren, de lege grond waaruit alles ontstaat en waarin alles uiteindelijk terugkeert. Worden is het iets dat ontstond uit het niets en dat op dit moment nog steeds aan het ontstaan is. Worden is Eros, de evolutionaire impuls, de oorsprong, die oorspronkelijke vonk van licht en energie die het hele universum heeft geschapen. En ik besefte dat het diezelfde creatieve vonk was die nu wakker werd in mijn eigen hart en geest als een gevoel van extatische urgentie om te evolueren. Dit is waarom ik een nieuw beeld begon te vormen van het doel van het spirituele pad, ik zag het doel van verlichting niet alleen als het overstijgen van de wereld, zoals ik had geleerd, maar als het transformeren van de wereld door een vertegenwoordiger van de evolutie zelf te worden. Verlichting was niet het einde van het pad. Het was het begin.
In het Oosten geloven ze dat verlichting een definitief eindpunt is, een groots resultaat dat het einde markeert van worden voor het individu. Iemand die verlicht is heeft zichzelf bevrijd van identificatie met alles wat bestaat in tijd. Deze conclusie is logisch wanneer je de culturele context beziet waarin het ontstond. In het oude India hadden ze evolutie nog niet ontdekt. Net als in bijna de hele wereld hadden ze toen nog niet vastgesteld dat de tijd een begin had en zich in een rechte lijn bewoog van het verleden naar het heden en de toekomst. Ze geloofden dat de tijd, zoals leven en dood, een zich herhalend proces was, dat constant dezelfde cyclus doorliep, voor eeuwig. Nu nog geven veel hindoes in het hedendaagse India er de voorkeur aan onze kosmische oorsprong door de lens van hun aloude Vedische wetenschap te zien, in plaats van de bevindingen van de westerse wetenschap en de moderne kosmologie te accepteren. En als de werkelijkheid gezien wordt door deze specifieke culturele lens, is het logisch dat je het eeuwige cyclische monotone bestaan al snel beu wordt en hongert naar een definitieve bevrijding. Dat is de reden waarom de tradities zeggen dat de persoon die "volledig verlicht" is, die de hele weg heeft afgelegd, een zeldzaam persoon is die zich eindelijk bevrijd heeft van de eindeloze herhaling van geboorte en dood op het wiel van nooit eindigend worden.
Het is belangrijk te onthouden dat we tot voor kort in de menselijke geschiedenis niet wisten wat we vandaag de dag weten: dat we allemaal deel uitmaken van dat ontwikkelingsproces dat een begin heeft gehad in tijd en dat ergens naartoe gaat. We hebben evolutie pas in de laatste paar honderd jaar ontdekt, en pas in de twintigste eeuw stuitten we op wat bekend staat als "deep time" − de niet te bevatten tijdsspanne van veertien miljard jaar sinds het heelal met een knal ontstond. Wanneer we het perspectief van evolutie toepassen op de aard van verlichting, verandert het alles.
Vanuit het perspectief van de eeuwige tijdloze grond hebben de traditionele leraren gelijk. De hoogste spirituele waarheid is dat er nooit iets gebeurd is, jij en ik zijn nooit geboren en de oerknal heeft nooit plaatsgevonden. Dat is verlichting, dat is bevrijding, dat is samadhi, dat is satori. Maar vanuit het perspectief van evolutie verandert het hele plaatje. De moderne wetenschap en kosmologie hebben duidelijk aangetoond dat de tijd niet beweegt in voorspelbare cycli die keer op keer terugkomen op hetzelfde punt, maar dat het in feite een lineair proces is. Veertien miljard jaar ontwikkeling hebben al het manifeste geproduceerd − het gehele universum zoals we dat kennen met alles erin, met inbegrip van haar grootste mysterie: het vermogen tot bewustzijn zelf. De pijl van de tijd is een creatief proces en de capaciteit voor creativiteit en vernieuwing is het meest bijzondere deel van het hele grootse ontvouwen − van de oerknal tot dit moment. Dit is niet slechts een herhaling van een eindeloze cyclus. Dit is niet allemaal al eens eerder gebeurd. Waar we naartoe gaan ligt niet al vast.
Het meest spannende deel van dit besef is dat we ontdekken, wanneer we diep in onze eigen ervaring kijken, dat ons eigen opkomende verlangen naar geestelijke vrijheid niet los staat van de impuls die het hele proces vooruit stuwt. Ik noem dit de evolutionaire impuls. Als we ontwaken tot deze impuls, ontdekken we iets wonderbaarlijks: dat dynamische en steeds evoluerende scheppende principe is niets anders dan ons eigen Authentieke Zelf. Dit is de nieuwe bron van spirituele bevrijding in de leer die ik Evolutionaire Verlichting ben gaan noemen. Het gaat niet alleen om ontwaken tot tijdloos zijn − het gaat over het ontwaken tot eeuwig, extatisch Worden. Evolutionaire Verlichting roept ons op onze ogen te openen voor zowel de tijdloze rust van Zijn als de niet aflatende hartstocht van de evolutionaire impuls.
De reden dat de evolutionaire impuls de bron is van de nieuwe verlichting, is omdat het gericht is op de toekomst. En dit is het belangrijkste onderscheid: de oude traditionele verlichting is niet toekomstgericht, het is helemaal niet tijd-georiënteerd. Traditionele verlichting wijst ons voorbij de wereld, voorbij tijd en ruimte, naar dat wat, tenminste tot nu toe, altijd de eeuwige bron van spirituele vrijheid en mystieke bevrijding is geweest: de Grond van Zijn. Maar diegenen in de eenentwintigste eeuw die naar de toekomst kijken, hebben dringend behoefte aan een mystieke spiritualiteit en bron van zielsbevrijding, die ons niet van de wereld vandaan wijst, maar wijst naar de grote volgende stap die we moeten nemen in onze wereld. Die volgende stap zal niet vanzelf ontstaan −
hij kan alleen bewust worden gezet door mensen die ontwaakt zijn tot dezelfde impuls die het hele proces voortstuwt. Als we ontwaken tot dit weidse perspectief, wordt een overweldigende en diepe waarheid duidelijk: Op dit punt in de evolutie is het proces afhankelijk van ons. Het evolutionaire proces heeft onze bewuste en betrokken participatie dringend nodig. In de afgelopen tien jaar is dit uitgegroeid tot het kenmerkende thema en uiteindelijke doel van Evolutionaire Verlichting. De oude verlichting, met al zijn kracht om de menselijke geest en het hart van lijden te bevrijden, kan ons alleen voorbij de wereld brengen. Maar wanneer we ons realiseren dat de wereld ons betrokken en verlichte optreden nodig heeft, wordt het urgent dat we een spiritueel pad, een beoefening en een filosofie vinden die ons bekrachtigt om moedig en hartstochtelijk deel te nemen aan het snel veranderende proces waar we middenin staan.
Dit bevrijdende spirituele perspectief op de menselijke ervaring is helemaal van deze tijd en inherent creatief. Het is een spirituele leer voor dit moment omdat het centrale principe is dat een meer verlichte toekomst voor onze wereld afhankelijk is van slechts één ding − onze hogere ontwikkeling. De wereld om ons heen verandert net zoveel ten goede, als wij bereid zijn onszelf te veranderen. De wereld waarin we wonen en die we co-creëren, begint te transformeren als wij dat doen. Het oude model van verlichting was er een waarin het individu werd bevrijd, maar de wereld bleef hetzelfde. In de nieuwe verlichting is het punt niet meer alleen de bevrijding van het individu, het is de evolutie van zelf, cultuur en kosmos als het individu. Dat is Evolutionaire Verlichting.
