Niets had mij voorbereid op de totale aanbidding van een levend wezen waar ik getuige van was toen ik voor de eerste keer de dalai lama omringd zag door een menigte Tibetanen. Hij had me uitgenodigd zijn bezoek aan Bodh Gaya te filmen, de plaats van Boeddha's verlichting en de heiligste plek van het boeddhisme, in het noordoosten van de Indiase deelstaat Bihar. Terwijl deze stralende, in saffraan gewaad geklede monnik rustig over de weg schuifelde in de richting van de boom waaronder Boeddha Sakyamuni naar verluidt verlicht raakte, stonden er tienduizenden mensen langs de weg in verschillende staten van uitzinnige toewijding. IJskoude temperaturen en Chinese sluipschutters hadden sommigen moeten trotseren om de reis door de Tibetaanse Himalaya te maken. Anderen hadden het gewaagd om voor het eerst de landelijke Himalaya bergdorpen in Noord-India te verlaten. Velen hadden jaren gespaard voor de treinreis van twee dagen vanuit het zuiden. Oude, in huiden geklede mannen, die hun leven lang yaks op de Tibetaanse hoogvlakten hadden gehoed, huilden onbedaarlijk, overdonderd door de aanblik van de man die voor hen een directe reïncarnatie van God is. De menigte, die zich tot het uiterste inspande om een stukje van zijn gewaad aan te raken om zo de kans op een beter volgend leven te verhogen, werd wanneer de dalai lama langs liep, ruw teruggeduwd door de Indiase politie.

Iets dergelijks had en heb ik sindsdien nooit meer ervaren - deze extreme religieuze aanbidding van een enkel menselijk wezen. Hoe, vroeg ik me af, kan deze milde, zachtmoedige monnik zo'n hoog verwachtingspatroon doorstaan? ''Zoiets heb ik in mijn leven nog nooit gezien. Hoe gaat u hiermee om?'' vroeg ik. Hij dacht even na, zich klaarblijkelijk niet bewust van het kleine opstootje dat dit korte oponthoud veroorzaakte (tot ergernis van de Indiase politie en een rondzwervende koe). ''Ik draag Boeddha’s boodschap,” antwoordde hij uiteindelijk. “Mensen voelen zich verbonden met Boeddha en daarom voelen ze zich verbonden met mij.”

De nederigheid was karakteristiek ontwapenend, het gewetensvol dragen van de kroon en het met hart en ziel omarmen van de betekenis ervan. Maar was dit verwachtingspatroon voor hem niet drukkend en op bepaalde momenten niet beklemmend? Enige maanden
eerder verleent hij op een zonnige middag buiten zijn woning in Dharamsala, waar hij in 1959 van de Indiase regering asiel kreeg, de gebruikelijke audiëntie aan een stroom Tibetanen in een sfeer die het midden lijkt te houden tussen een theevisite op Buckingham Palace en een bezoek aan Sinterklaas. Twee jonge ouders houden hun driejarig dochtertje omhoog voor een zegening van de dalai lama. Ze heeft een gebroken arm en haar gezichtje is verwrongen van angst en pijn. ''U alleen kunt haar redden, heiligheid,” zeggen ze in koor en met bleke gezichten, die normaal rozig zijn van weer en wind. Een zeldzame frons verschijnt op het gezicht van de dalai lama. Ik ben ervan overtuigd dat ik ongeduld en ergernis zie, gecombineerd met de autoriteit van een schoolhoofd, kenmerkend voor zijn houding bij dit soort gelegenheden. “Breng haar meteen naar het ziekenhuis,” instrueert hij een aanwezige monnik, die hen behendig wegvoert. Hun angstige gestalten maken direct plaats voor de stralende tandeloze glimlach van een zeventigjarige volgeling.

Het surrealisme van het voorval wringt een beetje met het gegeven dat zulke extreme uitingen van devotie worden gedragen door een wijdverspreid geloof onder Tibetanen dat
deze man over bovenmenselijke machten beschikt. Men verwacht van hem dat hij spirituele ondersteuning geeft aan een natie van vluchtelingen en hen terugleidt naar hun moederland, dat op dit moment in de greep is van één van de machtigste en meest autoritaire regimes ter wereld. Zonder hem zou de verdere erkenning van de Tibetaanse zaak enorm verzwakken. En het zou de Tibetanen voor wat betreft hun toekomst radeloos en wanhopig achterlaten. Wanneer hij me vertelt dat bij zijn dood duizenden Chinezen en Tibetanen zelfmoord zullen plegen vraag ik hem, in een poging door het stoïcijnse uiterlijk van deze genereuze, zachtaardige man heen te breken, hoe hij zich daarbij voelt. Er volgt een stilte, een ondeugende knipoog, de aanzet tot een lach: “Het maakt me vastberaden om te leven.”

Ik ben er zeker van dat de goede humor de pil verzacht – hij is een meester in het reageren
op een geestige, kernachtige en gevatte wijze. Want hij begrijpt de enorme omvang van wie hij is en de zwaarte van zijn positie, de schijnbaar onbereikbare aard van alle hoop die op zijn schouders rust. “Mensen hebben onrealistische verwachtingen van mij” geeft hij een beetje onnodig toe na het incident van de gebroken arm. Ik betrap mezelf erop dat ik speculeer waarom hij zo snel de eindeloze rij westerlingen omarmt, die hem aan de lopende band bezoeken, en ten behoeve van wie hij de wereld afreist om parlementen, boeddhistische conferenties, interdisciplinair wetenschappelijke bijeenkomsten en interreligieuze synodes toe te spreken. Misschien geeft de relatief normale bejegening van het westen hem de nodige onderbreking van de intense aanbidding waarmee Tibetanen hem overladen. Zij zien hem als volledig superieur aan zichzelf, als van een andere wereld, eerder een heilig object dan een gelijke of vriend.

Hij heeft mij zeker in een open omarming genomen. Na de eerste uitdagingen om een vergunning te krijgen voor de film – dit is de enige documentaire waarvoor hij volledig vrije toegang verleend heeft – blijkt hij een buitengewoon genereuze deelnemer. Hoewel hij me op zeldzame momenten vraagt het filmen te stoppen – meestal tijdens discussies met Chinese diplomatieke vertegenwoordigers – slaat hij in het algemeen geen acht op de camera, zich schijnbaar niet bewust wanneer wij filmen en staat hij me toe hem overal te volgen.
Tot mijn grote verrassing, en nog grotere voldoening, lijkt hij mijn gezelschap en dat van de filmploeg steeds meer op prijs te stellen. Door een stortvloed aan humorvolle en grappige zijdelingse opmerkingen verwisselt hij soms op buitengewoon behendige manier mijn identiteit met die van de camera. Hij houdt ons op de hoogte van wat er gebeurt en neemt bijna altijd de tijd om mijn vragen te beantwoorden.

Soms is zijn gulheid ongemakkelijk. Tijdens diezelfde processie in Bodh Gaya onderbreekt hij de voortgang om mij een verkorte uiteenzetting te geven van Boeddha's verlichting onder de bodhi boom. Een honderdduizendtal Tibetanen plus een menigte Indiase hoogwaardigheidsbekleders staren me ongelovig aan als ik op een vijf minuten durend privé onderricht word getrakteerd over het meest fundamentele verhaal uit de boeddhistische canon. De status van intellectuele autoriteit, mij toegekend vanwege mijn rol als BBC journalist, voelt heel broos.

Deze gemakkelijke vertrouwdheid lijkt karakteristiek voor zijn omgang met westerlingen. Terwijl hij zorgvuldig is in het handhaven van zijn autoriteit ten overstaan van Tibetanen, zorgvuldig de hiërarchie van deze maatschappij respecterend, is het volledig negeren van rang en sociale status een opvallend kenmerk van zijn contact met westerse gasten, gelijken en vrienden. Toen we elkaar voor de eerste keer ontmoetten werd me dit voor altijd duidelijk.

Mijn eerste twee schriftelijke verzoeken aan de persoonlijk secretaris van de dalai lama werden afgewezen. Om die reden had ik gesolliciteerd naar een baan als cameraman bij Joanna Lumley bij haar bezoek aan Dharamsala met documentairefotograaf Tom Stoddart. Mijn idee was dat de grote man waarschijnlijk niet eens iets van mijn verzoek gehoord had. En ik had bedacht dat ik hem en zijn
beschermers in een persoonlijk gesprek zou kunnen overtuigen van het nut van de film. Deze zou een vervanging vormen van de grote hoeveelheid van gelijksoortige, formuleachtige televisieoptredens – nobele herbevestiging van de weg van geweldloosheid, ondeugend lachje, betoverende blik – en de voorspelbare reacties die ze meestal uitlokken: “Wat een charmante man; een waarachtig spirituele persoonlijkheid; wat hebben hij en zijn mensen moeten doorstaan!” Deze film, waarin hij voortdurend onopgemerkt en in alle aspecten van zijn leven gefilmd wordt, zou inzicht geven in wat hij allemaal tegenkomt en een blik werpen achter het masker – de man die leeft als spiritueel leider, politicus, internationale bekendheid en alledaagse monnik.

Daarnaast ontstond er in maart 2004 een reële noodzaak voor de film. De Chinese strategie om hem als een radicale separatist neer te zetten, vastbesloten om met inzet van alle
middelen voor een onafhankelijk Tibet te strijden, lijkt, hoewel het bij ons overkomt als extreme propaganda, toch door te sijpelen in het bewustzijn van vele waarnemers in het westen. Aangewakkerd door de onterechte uitspraken van Rupert Murdoch – die al in 1989 de dalai lama bestempelde als “een monnik op Gucci schoenen”, ondertussen lobbyend bij de Chinese autoriteiten voor ruimere toegang voor zijn Star TV netwerk in het zuiden van het land – stelde de revisionistische opinie de motivatie van de dalai lama ter discussie. Met deze film zou het publiek zelf kunnen oordelen over de oprechtheid van de man.

Dit project leek in niets op al mijn voorgaande werk. Zoals één van mijn vorige films voor de BBC over het doorlichten van het Los Angeles politiekorps in de nasleep van corruptieschandalen, en een andere over criminele bendes in Centraal en Zuid-Amerika. In dit geval voel ik me buitengewoon ongemakkelijk. Gezien de waarde van het verhaal wat ik wil uitdragen. Het idee om de Nobel laureaat en Bodhisattva van Mededogen over te halen om een lange documentaire te maken over zijn streven tot verzoening met de Chinese regering was op zijn minst een grote gok. Maar als hij de indrukwekkend gedecoreerde wachtkamer van zijn residentie in Dharamsala binnenloopt verdwijnen mijn zenuwen als sneeuw voor de zon. Bij iemand die zo beroemd is, is het moeilijk om te bepalen in hoeverre zijn aantrekkingskracht door mijn verwachtingen opgeroepen wordt, maar hij is onweerstaanbaar. De enorme glimlach, stralende ogen en allesomvattende charisma zijn onmiskenbaar.

[volgende]
De dromen van een milde held
‘s Werelds meest populaire spirituele icoon leren kennen

door Joshua Dugdale
1 | 2
blocks_image