In de voortdenderende geschiedenis, vanaf de oudheid tot vandaag de dag, lijken het denken en doen van mannen de verhaallijn te bepalen en de drijfkracht te zijn die de mensheid uit de diepte van het onbewuste hebben getild. Voor de meesten van ons is de geschiedenis synoniem met mannen: Plato, Aristotelus, Alexander, Christus, Da Vinci, Copernicus, Galileo, Descartes, Bacon, Locke, Kant, Hegel, Lincoln, Gandhi… tot aan en inclusief de postmoderne revolutie zoals die gedefinieerd is door onder andere Einstein, Heisenberg, Picasso, Foucault en Derrida. Natuurlijk zijn er vrouwen – Cleopatra, Eleanor van Aquitaine, Betsy Ross, de koningin Victoria en koningin Elizabeth, genoeg namen om jaarlijks verzameld en in maart herdacht te worden in de scholen in de VS tijdens de maand van de vrouwengeschiedenis. Het hoeft geen betoog; er is geen maand van de
mannengeschiedenis en zo lijkt de uitzondering de regel te bevestigen. Een stempel op de geschiedenis drukken is mannenwerk; vrouwen houden het vuur thuis brandend…het bekende liedje.

Is dat waar? Met een snelle blik over mijn schouder zie ik inderdaad generaties van vrouwenlevens gericht op huis en haard – de prachtige verzorgde gazons in de voorsteden in de jaren ’50, de Victoriaanse “engel des huizes”, de boerderij en het feodale plattelandshuisje, de vrouw die in stamverband leeft, het graan malend met een kind in een draagdoek. Paleontoloog Richard Leakey wijst op de moeder-kind relatie als “de sociale unit van waaruit en waarmee alle gemeenschappen van een hogere orde zijn geconstrueerd.” Een cultuur kan niet overleven zonder kinderen, de moeder-kind twee-eenheid is door de eeuwen heen het onveranderlijke en beschermende centrum geweest van de zich ontwikkelende cultuur. Vrouwen hebben op deze wijze feitelijk in elke samenleving een fundamentele en conservatieve rol gespeeld. Ik bedoel “conservatief” in de meest strikte betekenis omdat vrouwen de culturele status-quo behouden en beschermen door kinderen groot te brengen die de sociale normen en waarden zullen belichamen.

Maar achteromkijkend zie ik ook iets anders: protesterende vrouwen in de jaren ’60, vrouwen die voor burgerrechten en de afschaffing van de slavernij strijden, vrouwen die grenzen overschrijden, vrouwen die het kerkelijk gezag tarten, biddende vrouwen aan het kruis van Christus terwijl zijn mannelijke discipelen hem hadden verlaten. Het is vaak moeilijk om de diverse gezichten te onderscheiden of om achter de individuele namen te komen. Maar als we naar tijdperken en plaatsen kijken waar vrouwen in beweging kwamen, beginnen we iets anders te zien van de rol van de vrouw in de geschiedenis. Een andere indruk dan het plaatje dat verschijnt als we de grote namen van individuen aanstrepen, of zoeken naar de onzichtbare sterke vrouw die aanwezig zou zijn achter elke grote man.

“De geschiedenis van de wereld,” schrijft filosoof Georg Hegel, “is niets anders dan de groei van bewustzijn van vrijheid.” Hegel zag in de geschiedenis iets aan het werk dat groter was dan de acties van individuen; hij zag een intentie en gerichtheid op een geleidelijk ontwaken van de mensheid in eenheid met de Geest. Een dergelijk perspectief brengt ons ertoe andere vragen te stellen over de geschiedenis. Het dwingt ons te onderzoeken hoe nieuwe ideeën over vrijheid opkomen in het menselijk bewustzijn – en hoe vervolgens deze ideeën sociale structuren worden die grotere vrijheid ondersteunen. En het roept de vraag op hoe de ervaring van bevrijding van bewustzijn – wat spirituele vrijheid is – gerelateerd is aan culturele verandering.

Als ik met dit alles in gedachten naar de geschiedenis kijk, begin ik een fascinerende relatie te zien tussen de spirituele opstand van vrouwen en verandering in cultuur. Door de noodzaak van een grotere overlevingsdrang of een onbekend imperatief vanuit de Geest zelf, hebben vrouwen in de loop van de westerse geschiedenis van tijd tot tijd hun schort afgedaan en hun slapende kind afgegeven. Ze stapten uit de behaaglijke huiselijke haven en gaven zich over aan een spirituele visie en een bewustzijn dat de geaccepteerde rollen en de beperkingen van vrouwen opblies. Vrijwel elke keer dat dit gebeurde brak er, vaak met revolutionaire kracht, een culturele verandering, een beweging in de richting van een grotere sociale vrijheid door. Daarna echter, keer op keer zo schijnt het, keerden de vrouwen terug naar de beschermende cirkel van huis en haard.

Als moeders van zowel de status-quo als van de revolutie, hebben vrouwen een paradoxale rol gespeeld in de evolutie van cultuur. Dit zal geen verrassing zijn voor Jungianen onder ons die de stromen in bewustzijn verdelen in “mannelijke” en “vrouwelijke” principes en die stellen dat de rol van vrouwelijke principes bestaat uit de paradox tussen de passieve bestendiging van de soort en de beweging naar het nieuwe. De dichter en cultureel filosoof William Irwin Thompson bijvoorbeeld, gebruikt bij het interpreteren van de prehistorie een Jungiaanse lens. Volgens hem creëerde de verandering van oestrus naar de eerste menstruatie, dat wil zeggen de verandering van enkele malen per jaar “loops zijn” naar constante seksuele ontvankelijkheid bij mensachtige van het vrouwelijke soort, een “sociale en culturele revolutie” op de savannen waar de
Homo sapiens zich ontwikkelde. Gesteund door anderen, zoals Riane Eisler, stelt Thompson tevens dat de Neolitische revolutie – waarbij de vroege mens gewassen begon te planten – grotendeels te danken is aan ontdekkingen door vrouwen.

Mijn interesse gaat echter vooral uit naar de tijden in ons verleden waarin vrouwen bewuste keuzen maakten voor het nieuwe. Door op de relatie tussen opkomend bewustzijn van vrouwen en culturele verandering te wijzen kan ik niet bewijzen dat deze veranderingen zijn veroorzaakt door dit opkomende vrouwelijk bewustzijn, hoe intrigerend dit ook zou kunnen zijn.
Er zijn talloze oorzaken – technische, economische en omgevingsfactoren – voor elke baanbrekende verandering in de geschiedenis. De complexiteit van de geschiedenis zelf maakt het voor Jungianen mogelijk om al het bewijs dat ze wensen om het vrouwelijke een speciale rol te geven bij culturele veranderingen te vinden. Is er mogelijk niet meer gaande dan “wishful thinking”? Tegelijkertijd echter zit er een bepaalde logica in: als de beschermsters van een cultuur uit hun voorgeschreven rollen stappen moet er wel iets wijken.

Op dit moment bevinden we ons op een interessant punt in onze cultuur. Veel vrouwen (en mannen) op leidinggevende posities roepen op tot een herwaardering van het vrouwelijke en een nieuwe en grotere rol voor vrouwen in de veranderende wereld. We neigen echter de blik naar het gebied van de traditionele zorgrollen van vrouwen te richten als we onderzoeken wat vrouwen te bieden hebben. Een recent artikel over de campagne van Hillary Clinton voor het presidentschap suggereerde dat “mamisma” – de nadruk op de voedende kwaliteiten van vrouwen en het tegenovergestelde van het machismo dat vaak gezien wordt in de politiek – een vrouw in het Witte Huis zou kunnen brengen. Zijn het de traditionele kwaliteiten van vrouwen die een culturele verandering zullen bewerkstelligen? Om deze vraag te kunnen beantwoorden zal ik de afgelopen drieduizend jaar doorkruisen op zoek naar momenten van doorbraak n de geschiedenis van vrouwen. Wanneer vonden deze plaats? Welke kwaliteiten lieten vrouwen zien? Hoe verhouden deze doorbraken zich tot de historische veranderingen in de westerse cultuur? En tenslotte, kunnen we iets leren van onze geschiedenis over wat vrouwen nu zouden kunnen doen om de westerse cultuur vooruit te helpen?

[
volgende ]
Het vuur van de vrijheid

door Elizabeth Debold (EnlightenNext magazine, juli-september 2007)

Een korte (en licht speculatieve) drieduizendjarige geschiedenis van spirituele opstand van vrouwen en de impact hiervan op de westerse cultuur.



1 | 2 | 3
blocks_image