We leven in een van de meest turbulente en enerverende tijden in de menselijke geschiedenis. Met culturele, politieke, economische en spirituele systemen die tegen elkaar aanbotsen, afbreken en zich transformeren in de mengbeker van de 21e eeuw, is het erg moeilijk om te voorspellen hoe de wereld of ons leven er, zelfs over een paar jaar, uit kan gaan zien. Voor ons september-november 2009 nummer van EnlightenNext magazine, besloten we in de kristallen bol te kijken en uit te vinden wat de toekomst – hoe onvoorspelbaar ook – voor ons in petto zou kunnen hebben.

In het volgende interview spreekt redacteur Joel Pitney met Joel Garreau – verslaggever van de Washington Post en schrijver van de bestseller Radical Evolution – over enkele nieuwe technologieën waarvan hij denkt dat die ons niet alleen kunnen helpen enkele van de moeilijkste uitdagingen aan te pakken, maar die ook ons idee van wat het inhoudt om mens te zijn dramatisch kunnen veranderen. Voortbordurend op een rijkdom aan onderzoek naar opkomende trends in verschillende industrieën, voorziet Garreau een toekomst waarin geheugenpillen onze leercapaciteiten spectaculair verbeteren, waar nanotechnologie zonne-energie tot onze meest efficiënte bron van energie maakt en waar bacteriën die een biotechnisch proces hebben doorgemaakt de atmosfeer zuiveren van een overschot aan CO2. Maar Garreau is geen naïeve techno-optimist. Als zorgvuldig geschiedkundig onderzoeker begrijpt hij de dynamische wisselwerking tussen crisis en de adaptieve respons die de evolutie van de menselijke maatschappij vanaf de begintijd heeft gekarakteriseerd. Terwijl hij zich vooral tot de feiten beperkt, geeft hij ons een fascinerende visie op hoe onze wereld er in de nabije toekomst uit zou kunnen zien.

EnlightenNext: Wat denkt u dat de belangrijkste gebeurtenis of verschuiving is die in de komende drie jaar plaats gaat vinden?

Joel Garreau: Nou, het eerste dat ik duidelijk moet maken is dat ik geen voorspellingen doe. Ik heb geen kristallen bol en ik ken ook niemand die er een heeft. Ik heb dus grote twijfels over iedereen die voorspellingen doet. Waar ik wel naar kijk zijn scenario’s met rigoureuze en logische mogelijkheden met betrekking tot de toekomst.

Een mogelijk scenario is dat onze slechte economische tijden uiteindelijk tot een einde zullen komen. Ik voorspel niet wanneer dat zal zijn, maar als het zover komt, denk ik dat er zeer waarschijnlijk een explosieve vraag vrijkomt naar innovatieve technologieën die tijdens de slechte tijden zijn ontwikkeld. Kijk bijvoorbeeld naar wat er gebeurde aan het eind van de jaren ‘40 en de vroege jaren ‘50. Er was toen een explosieve vraag naar televisies, auto’s en geprefabriceerde huizen. Al deze technologieën waren in de jaren ‘30 en ‘40 ontwikkeld. Ze waren niet gloednieuw, maar er was gewoon geen geld. Dus zodra mensen eindelijk wat geld te spenderen hadden, waren er al deze prachtige dingen, deze bijzonderheden die ze zich konden veroorloven en het veranderde Amerika. Een ander voorbeeld is de explosie van seks, drugs en rock en roll in de jaren ‘60. Dat was ook het resultaat van een teruggehouden vraag naar nieuwe technologieën. Seks ging over geboortebeperking, drugs ging over synthetische psychedelische middelen en rock en roll ging over de transistorradio. Voor die tijd konden we geen generatie hebben zoals we die hadden in de jaren ’60, omdat we de technologie niet hadden.

Al deze technologieën waren ontwikkeld in slechte economische tijden en maakten plotseling een explosieve groei in vraag door toen de slechte tijden ten einde kwamen. Dus mijn vraag is nu, welke technologieën hebben we vandaag de dag in de pijplijn die waarschijnlijk een grote impact gaan hebben op de cultuur, de waarden en de maatschappij van de toekomst. Naar wat zullen we mogelijkerwijs een explosieve vraag zien wanneer deze economische malaise eindelijk voorbij is?

EN: Heeft u voorbeelden?

JG: Er zijn er velen. Eén voorbeeld is het werk van Craig Venter, hij is een van de mensen die zich verdienstelijk hebben gemaakt in het rangschikken van het menselijk genoom. Hij is momenteel werkzaam in het veld van synthetische biologie om letterlijk patronen in levensvormen aan te passen. Hij zei dat hij tegen het eind van dit jaar een schepsel zal hebben dat kooldioxide eet en benzine uitpoept.

EN: Wauw!

JG: Ja. En dit is allemaal een zaak van korte termijn. Ik heb het hier niet over science fiction! Een andere nieuwe innovatie is wat ze “nanosolar” noemen. In principe wordt nanotechnologie gebruikt om flexibele plastic bladen te ontwikkelen, samengesteld in extreem kleine circuits, die elektriciteit opwekken. Deze bladen kunnen door iedereen gebruikt worden. Ze kunnen op het dak van je auto of je huis gezet worden. Dit betekent dat iedereen die elektriciteit gebruikt, deze nu ook kan produceren. Dat zal het elektriciteitsnet harder raken dan dat de invloed van internet de telefoonindustrie heeft geraakt.

EN: Dat is ongelofelijk.

JG: Ja, en deze technologieën kunnen een grote impact op de maatschappij hebben. Neem bijvoorbeeld de toepassing van informatietechnologie op het gebied van de geneeskunde. Een innovatie die heel snel beschikbaar komt, is wat een microfluide matrix genoemd wordt, of een “lab op een chip.” Dit zijn computerchips die voorbeelden in zich dragen van proteïnen of RNA of DNA, die gewoonlijk door het lichaam geproduceerd worden wanneer het besmet is met verschillende ziekten. Wanneer je iets van je lichaamsvloeistoffen, zoals bloed of speeksel in deze matrix doet, zoekt het voorbeelden van waar je naar op zoek bent en stelt ter plekke een diagnose. Praktisch gezien betekent dit dat we in een redelijk nabije toekomst in staat zullen zijn thuis te testen op kanker, wat even goedkoop en accuraat zal zijn als de zwangerschapstesten voor thuis.

Dit is belangrijk voor de hele gezondheidsindustrie die op dit moment werkt vanuit het uitgangspunt dat er gewacht wordt met handelen tot er symptomen te zien zijn. Tegen die tijd is de ziekte natuurlijk al zo ver gevorderd dat het drastische maatregelen vraagt om te proberen ermee om te gaan. Als we eerdere waarschuwingen zouden krijgen – veel eerder – voor elk soort ziekte, zoals die gegenereerd worden door de microfluide matrixen, zou het model fundamenteel veranderen. Plotseling kunnen we ons voorstellen dat de prijs van de gezondheidszorg dramatisch zakt, precies op dezelfde manier waarop de prijs van informatietechnologie de laatste veertig jaar op dramatische wijze omlaag is gegaan. De grote vraag is dan, als we in staat zijn indicatoren van ziektes te onderscheppen voordat ze symptomatisch worden, waar we dan nog ziekenhuizen voor nodig hebben. Is er in de toekomst nog een plaats voor ziekenhuizen, waar meestal mensen behandeld worden die in de latere stadia van een ziekte verkeren?

EN: In uw boek spreekt u vaak over de versnelling van verandering, waarbij u suggereert dat technologie zich exponentieel en niet lineair ontwikkelt. Zo zal bijvoorbeeld dezelfde hoeveelheid technologische ontwikkeling die de laatste vijftig jaar heeft plaatsgevonden, in de toekomst slechts vijfentwintig jaar nodig hebben. Welke impact denkt u dat deze snelle verandering zal hebben op de maatschappij?

JG: Waar je het over hebt is de wet van Moore, een kernovertuiging in de hele mondiale informatietechnologische industrie. De manier waarop deze vaak omschreven wordt, is dat de hoeveelheid computerdenkkracht die je voor €0,70,- kunt kopen zich elke achttien maanden zal verdubbelen, voor zover we nu kunnen overzien. Dat houdt in dat als jij vandaag op stap gaat om een computer van €1400,- te kopen, dezelfde hoeveelheid denkkracht binnen tien jaar beschikbaar zal zijn voor €22,-… en je zult hem gratis kunnen krijgen bij een abonnement op Newsweek.

Ik denk dat de impact daarvan op de maatschappij enorm is. Eén Apple iPhone heeft vandaag de dag meer computerdenkkracht dan het hele Noord-Amerikaanse Luchtdefensie Commando in 1965 toen Gordon Moore voor het eerst voorspelde dat deze verdubbelingen zich zouden doorzetten.

EN: Dat betekent dus dat een dertienjarig meisje met haar iPhone in het winkelcentrum meer vermogen heeft dan –

JG: – het hele Noord-Amerikaanse Luchtdefensie Commando in 1965. We hebben tweeëndertig verdubbelingen gehad sinds 1959, toen de eerste computerchip werd ontwikkeld. Nooit eerder in de menselijke geschiedenis hebben we zoiets gezien. Als je dat bij elkaar optelt, gaat het om een groei van meer dan een miljard keer, allemaal binnen de levensduur van veel van jullie lezers! De enige verandering die hierbij een beetje in de buurt komt was de aanleg van het spoor in de 19e eeuw. Het aantal kilometers spoorlijn verdubbelde veertien en een half keer van 1840 tot 1910 en dat veranderde alles. Het veranderde steden, families, ondernemingen; het veranderde Amerika. En dat was maar een verdubbeling van veertien en een half. In de laatste vijftig jaar hebben we er tweeëndertig gehad en er is alle reden om ervan uit te gaan dat we in hetzelfde tempo doorgaan.

Nu is niemand werkelijk geïnteresseerd in hoe snel een computer op abstract niveau werkt. Het belang ervan is echter dat snellere chips perspectieven zullen openen die nooit voor ons beschikbaar zijn geweest. Zo werd bijvoorbeeld het in kaart brengen van het menselijk DNA als een onmogelijke taak gezien toen het voor het eerst in 1985 werd voorgesteld. Mensen dachten dat het tientallen jaren zou duren en biljoenen dollars zou gaan kosten. Maar natuurlijk slaagden ze er tegen het jaar 2000 in, voor een fractie van de prijs die ze verwachtten. Men had niet gedacht aan het feit dat de kracht van computers een versnelde ontwikkeling doormaakte in een kromme lijn, in een exponentiële curve en daardoor steeds goedkoper zou worden. We zien hetzelfde gebeuren met robots en met nanotechnologie – zaken waar tien of twintig jaar geleden gewoon geen sprake van kon zijn en die nu routine zijn geworden.

EN: Hoe denkt u dat onze huidige economische malaise het tempo gaat beïnvloeden waarmee deze technologieën ontwikkeld worden? Zal dat tempo vertragen?

JG: Tenzij je het hebt over een scenario dat ons terugvoert naar de middeleeuwen zie je, historisch gezien, dat de studie van deze technologieën niet echt afneemt, zelfs niet in slechte economische tijden. We zien nu in feite een situatie waarin mensen meer geneigd zijn om te zoeken naar het gouden idee. Ze zullen naar manieren zoeken om hun problemen zo snel en efficiënt mogelijk op te lossen. Er zal dus een enorme vraag ontstaan naar alles wat lijkt op een oplossing die ze onmiddellijk kunnen aangrijpen.

EN: Dat is interessant. Dus de grote dreigingen die er momenteel op de planeet zijn, zoals klimaatverandering en de financiële crisis, zullen in feite de technologische ontwikkeling versnellen?

JG: Zeker. Maar ik denk dat er een derde en potentieel belangrijkere stimulans voor verandering is, naast de economische crisis en de klimaatcrisis, en dat is de vooruitgang in menselijke verbeteringstechnologieën.

[
volgende]
Radicale evolutie

Een interview met Joel Garreau

door Joel Pitney

1 | 2
blocks_image