ANDREW COHEN: GOEROE
[Sanskriet]: iemand die lesgeeft in spirituele bevrijding vanuit zijn of haar eigen directe ervaring of realisatie.
Omschrijft zichzelf als “een idealist met revolutionaire neigingen” en wordt door velen herkend als een bepalende stem in het opkomende veld van evolutionaire spiritualiteit. Cohen heeft een originele leer voor de 21e eeuw ontwikkeld, die hij Evolutionaire Verlichting noemt. Hij is tevens oprichter en hoofdredacteur van EnlightenNext magazine.
KEN WILBER: PANDIT
[Sanskriet]: een geleerde, iemand die zich verdiept heeft in spirituele wijsheid en zeer deskundig is op dat gebied.
Omschrijft zichzelf als “een verdediger van de dharma, een intellectuele samurai.” Wilber wordt beschouwd als één van de grootste levende filosofen van deze tijd. Zijn werk biedt een uitvoerige en originele synthese van alle grote psychologische, filosofische en spirituele tradities. Hij heeft vele boeken geschreven waaronder: Een Beknopte Geschiedenis van Alles (Lemniscaat) en Integrale Visie (Ankh Hermes).
Is seks een weg naar God?
In hun meest recente dialoog onderzoeken spiritueel leraar Andrew Cohen en integraal filosoof Ken Wilber de complexe en altijd fascinerende relatie tussen seks en spirituele vrijheid.
Andrew Cohen: Vandaag willen we over een leuk en uitdagend onderwerp praten en wel de relatie tussen seksualiteit en spirituele ontwikkeling. We weten allebei dat seksualiteit een onvoorstelbaar verwarrend terrein in het menselijk leven kan zijn. Het is moeilijk er simpel en helder mee om te gaan. Hiervoor zijn vele redenen, vooral voor diegenen van ons die in een postmoderne culturele omgeving zijn opgegroeid en die nu proberen te ontdekken wat er daarna komt.
De seksuele impuls is een van de meest overweldigende krachten die we kunnen ervaren. Zoals ik het zie is de drang om ons voort te planten de fysieke uitdrukking van de evolutionaire impuls achter dit hele universum. Wat zou krachtiger kunnen zijn? Wanneer de seksuele impuls zich roert in ons lichaam en in onze geest, dan ervaren we op een biologisch niveau hetzelfde creatieve vuur dat veertien miljard jaar geleden iets ertoe bracht om uit niets te ontspringen. Het is overweldigend om daarbij stil te staan. Door ons gebrek aan nederigheid onderschatten velen van ons de kracht waar we in werkelijkheid mee te maken hebben en die we moeten leren hanteren. Het is eenvoudig te begrijpen waarom we vaak de weg kwijt raken op dit terrein. De biologische impuls tot voortplanting is ontworpen om onweerstaanbaar te zijn. En daar komt nog bij dat de cultuur ons ook conditioneert op een bepaalde manier te reageren op deze krachtige impuls.
In de postmoderne tijd, bijvoorbeeld, bevinden we ons in een unieke situatie omdat we zijn opgegroeid in het tijdperk van seksuele bevrijding. In dit tijdperk zijn de meeste traditionele taboes doorbroken en we hebben allerlei ogenschijnlijk ouderwetse morele standpunten rond seksualiteit verworpen. In mijn opvoeding werd mij verteld, en jou ook neem ik aan, dat seks op zich iets goeds is, zolang het geen schade toebrengt aan anderen. Seksueel experimenteren werd onuitgesproken aangemoedigd. Ik ben er eigenlijk nooit in begeleid dit specifieke deel van het leven te begrijpen, alles was heel open. Pas toen ik meer geïnteresseerd raakte in mijn eigen spirituele ontwikkeling begon ik te zien hoe problematisch en vaak misleidend, of verduisterend voor gewaar-zijn, seksualiteit kan zijn wanneer onze relatie ermee erg geconditioneerd en onvrij is. Ik heb ook gezien dat het gegeven van seksuele vrijheid een individu niet noodzakelijkerwijs meer verlicht maakt omtrent de rol die seks of seksualiteit zou moeten spelen in het menselijk leven. Ik heb in de loop der jaren veel slimme, ontwikkelde mensen ontmoet met een hoop ervaring op het gebied van seksualiteit. Maar ik kan niet echt zeggen dat ik iemand heb ontmoet die uitdrukking kan geven aan een gevoel van echte helderheid, zelfvertrouwen en objectiviteit in relatie tot dit terrein van het leven. De vraag wat een juiste relatie is tot deze overweldigende kracht is een heel belangrijke. We hoeven maar om ons heen te kijken om te zien dat het antwoord in zowel een spiritueel als een seculier leven niet eenvoudig is.
Vaak zie je in traditionele spirituele omgevingen dat mensen er ofwel voor hebben gekozen dit specifieke gebied van het leven achter zich te laten, of het geïntegreerd hebben in hun religieuze leven en beoefening. Sommige religies, zoals bijvoorbeeld het jodendom, integreren het bedrijven van liefde in hun religieuze leven en in hun culturele gedragscode. Meestal houdt dat echter zeer traditionele rollen voor mannen en vrouwen in, die velen van ons, met name in de westerse wereld, zijn ontgroeid. Ik ben dus erg geïnteresseerd in het vinden van een manier om deze kant van het leven te omarmen op een manier die passend is voor onze tijd en cultuur, waarin het niet vermeden wordt en het ook niet tot de centrale focus van onze aandacht wordt gemaakt.
De meeste opvattingen over seksualiteit vallen in een van deze twee uitersten: ofwel ze concluderen “seks is slecht”, zoals sommige tradities doen, of ze concluderen, zoals in de cultuur waarin wij opgroeiden, “seks is goed.” Maar op een bepaald moment ben ik tot de conclusie gekomen dat seks op zichzelf goed noch slecht is. Het is gewoon een neutrale kracht – een evolutionaire noodzakelijke drang in de vorm van deze specifieke biologische functie. De functie zelf heeft geen morele dimensie: hij is goed noch slecht. Natuurlijk kan hij worden uitgedrukt op manieren die positief of negatief zijn. Maar ik denk dat de realisatie dat de aard van deze kracht uitstijgt boven dit morele onderscheid, heel belangrijk is, omdat het ons uitdaagt echt na te denken over de vraag: wat is mijn relatie tot deze neutrale kracht? Misschien is dat een goede plek om te beginnen.
KEN WILBER: Dat is een goede plek om te beginnen. En ik denk dat het onderscheid tussen onze gebruikelijke visie op seks en seks als een neutrale maar veel grotere kracht echt heel erg belangrijk is. Het is een onderscheid dat door de tradities al is gemaakt en het is werkelijk cruciaal om transformatie en ontwikkeling te begrijpen. De mensen die geïnteresseerd zijn in een integraal of evolutionair perspectief hebben geen moeite te begrijpen dat er een spectrum van bewustzijn is dat zich door de tijd heen heeft ontwikkeld. De termen die we vaak gebruiken wanneer we deze stadia in de evolutie van bewustzijn beschrijven zijn archaïsch, magisch, mythisch, rationeel, pluralistisch en integraal. Elk van deze niveaus van bewustzijn staat voor een toename in zorg, in compassie, in liefde, in betrokkenheid, in gewaar-zijn, zolang er geen sprake is van pathologie of disfunctionaliteit. Wat echter niet altijd goed begrepen wordt, is dat er tegelijkertijd met dat spectrum van bewustzijn een spectrum van prana bestaat, dat eenvoudigweg kan worden gedefinieerd als energie. Dit besef is terug te vinden in de grote tradities van vajrayana (Tibetaans boeddhisme) tot vedanta (hindoeïsme). Een manier om dit uit te drukken is: “Iedere geest heeft een lichaam.” Ieder stadium van bewustzijn wordt ondersteund door een soort van massa-energie, of prana.
De term prana heeft twee betekenissen. In het klein betekent prana vitale energie, bio-energie, bio-elektriciteit, de energie van vitaliteit, enzovoort. In deze kleine vorm is prana verantwoordelijk voor het samenbrengen van het ene organisme met het andere. Prana in de grote vorm is verantwoordelijk voor het samenbrengen van een levend wezen met het gehele universum. En het is natuurlijk die eenheid, die Ene Smaak, die non-duale ervaring, waar de grote bevrijding over gaat. Dat is waar één zijn met alles over gaat. Het verlost je van het kleine zelf en van de seks van het kleine zelf.
Dus wanneer we het hebben over spirituele bevrijding, over verlichting, over wakker worden, spreken we niet alleen over een verandering van bewustzijn, terwijl dat bijna het enige onderwerp is waarover tegenwoordig wordt besproken. Mensen zeggen: richt je alleen op “de kracht van het nu.” “Besteed alleen aandacht aan het huidige moment.” En ze hebben het helemaal bij het rechte eind wanneer we het over bewustzijn hebben, maar ze vergeten het belichaamde deel van het plaatje. Ze werken niet met het vlees, de materie, het energetische deel, dat is prana, seksualiteit. Wat we dus willen zien in verlichting is niet alleen een verschuiving in bewustzijn van het kleine zelf naar Big Self naar Big Mind. We willen ook een verschuiving in seksuele patronen zien van het kleine prana naar het grote prana – je zou kunnen zeggen dat dit de seksualiteit van Big Mind is.
Waar we dus naar zoeken is een spectrum van seksualiteit dat parallel loopt aan het spectrum van bewustzijn van archaïsch naar magisch naar mythisch naar rationeel naar pluralistisch naar integraal. Een van de systemen waarin we deze correlaties uitgewerkt zien, is het chakra systeem van de hindoe traditie. In het kort komt het erop neer dat er zeven chakra’s zijn en deze chakra’s zijn energieën die corresponderen met de zeven belangrijke niveaus van bewustzijn, lopend van beneden naar boven. Het eerste niveau is de energie van voedsel, niveau twee is de energie van seks (in de kleine betekenis), niveau drie is de energie van de kracht van intentionaliteit, niveau vier is de energie van liefde, niveau vijf is de energie van zelfexpressie en zelfactualisatie, niveau zes is de energie van zelfoverstijging en niveau zeven is de energie van eenheid met het Al. Dit is dus een soort kaart die we tegenkomen in de tradities en die ons eraan herinnert dat iedere verandering in bewustzijn een corresponderende verandering in energie of seksualiteit heeft in het lichaam.
COHEN: Dus wat jij zegt is dat seksualiteit zich ontwikkelt via een evolutionair spectrum op dezelfde manier als bewustzijn dat doet.
WILBER: Ja. En dit is waar tantra zich op toelegt. Tantra kwam en zei tegen de neoplatonische tradities en de theravadin tradities en vele van de andere al bestaande tradities: “Kijk, je kunt mensen helpen te ontwaken en een te worden met het Al door met gekruiste benen op een kussen te zitten en tien jaar lang te mediteren. Door zich te richten op bewustzijn kunnen zij hun identiteit opwerken via de grote keten van zijn naar die volledige eenheid aan de top als een bewuste realisatie. Maar wat dacht je… je kunt hetzelfde seksueel doen. En seksueel is het veel leuker!” Dus wanneer je leert hoe je deze seksuele energieën kunt gebruiken, zal je je gevoel van identiteit opwerken via de chakra’s – van één zijn met voedsel naar één zijn met seks in engere zin, naar één zijn met kracht, dan met liefde, met zelfexpressie, met zelfoverstijging en uiteindelijk naar één zijn met het Al. Maar elk van deze stappen wordt dan een gelukkig, opgewonden, radicaal erotisch gevoel. In plaats van wilskracht te moeten gebruiken om jezelf door de stadia van ontwikkeling te duwen, kun je neuken gebruiken. Je kunt seksuele visualisaties, seksuele activiteiten en prana op een echte, levendige, vibrerende manier gebruiken. Dit is dus een van de dingen om in gedachten te houden wanneer we het hebben over post-postmoderne seksualiteit. Een van de dingen die we willen introduceren in deze nieuwe formule voor wat seks is en kan zijn: seks is een weg naar God. Het is een kort, snel en onvoorstelbaar gelukzalig pad om het diepste en hoogste deel van jezelf te ontdekken. Dat is een van de belangrijkste dingen waaraan tantra ons kwam herinneren en dat willen we inlijven, updaten, oppoetsen en reviseren om ons rekenschap te geven van wat we geleerd hebben in de moderne en postmoderne wereld, met name met betrekking tot de evolutionaire kracht.
Evolutionaire spiritualiteit wordt in werkelijkheid gedreven door het grote prana, door deze grote energie. Deze energie is verbonden met het grote bewustzijn, met Big Self (Grote Zelf). Het is allereerst de verbinding met wat jij het Authentieke Zelf noemt en dan met purusha, of Big Self. Wat de tradities niet zo goed begrepen is de ongelofelijk dynamische aard van deze energieën, het feit dat ze doorontwikkelen en niet als doel hebben in een of andere toestand van evenwicht te geraken waar niets beweegt en jij in een soort van ongemanifesteerde absorptie verkeert. Dat is feitelijk een lagere realisatie. De ware realisatie is uit die ongemanifesteerde toestand te komen, verenigd met groot prana en daarom één te worden met alles wat zich aandient, alles wat gedreven wordt door eros, door deze fundamenteel seksuele oriëntatie tot de hele manifeste wereld.
COHEN: Alles wat je zegt is erg mooi en theoretisch klopt het helemaal. Maar praktisch gesproken heb ik persoonlijk nooit een dergelijke elegante, diep spirituele, wezenlijk verlichte omarming van eros als seksualiteit gezien.
WILBER: Je bedoelt in de echte tantrische beoefening?
COHEN: Ja. Wat jij beschrijft is een diep geïntegreerde visie die helder en logisch is omdat het zo allesomvattend is. Maar wanneer we de stap maken van theorie naar praktijk heb ik in mijn leven nog nooit echte mensen gezien die een werkelijke uitdrukking waren van waar jij over spreekt. En ik heb echt goed om me heen gekeken. Ik heb veel aandacht geschonken aan mijn eigen ervaringen en die van mijn studenten op dit gebied. Ik ben meer dan twintig jaar getrouwd. Ik heb studenten die een relatie hebben en studenten die ervoor kiezen om een langere periode celibatair te leven. Ik heb duizenden volwassenen van over de hele wereld ontmoet, waaronder mensen die claimen tantra te beoefenen en ik ontmoet er steeds meer. Voor zover ik kan zien is dit een gebied waar de meeste mensen onverstelbaar verward over zijn, enkele uitzonderingen daargelaten.
Weet je Ken, er zijn een paar belangrijke ervaringen die ik had als jonge zoeker die mijn eigen denken rond dit onderwerp hebben gevormd. Rond mijn vijfentwintigste begon ik me te realiseren hoe diep geconditioneerd ik was met betrekking tot lust en seksualiteit. Doorlopende introspectie en contemplatie lieten me zien hoe onvrij ik was op dit uitdagende en extreem verwarrende gebied van het leven. Het was overduidelijk hoe weinig echte keuzevrijheid ik had op dit gebied en daar baalde ik van. Ik ben nooit een preuts of moralistisch mens geweest; ik ben zeker een product van de jaren zestig. Het werd me echter duidelijk dat mijn relatie met seksualiteit geconditioneerd was door een materialistische cultuur die het onderscheid tussen erotiek en pornografie had doen vervagen.
Ik besloot dus een tijdje celibatair te zijn. Ik woonde niet in een ashram maar in New York en ik was vrijgezel. Drie jaar lang onthield ik me van iedere actieve relatie met de seksuele impuls. Ik was daar heel erg serieus over.
WILBER: In New York, op die leeftijd! Dat is een bijzondere prestatie!
COHEN: Ja, het was… ongelofelijk. Wanneer ik mijn vrienden vertelde wat ik deed verklaarden ze me voor gek. Deze periode van celibaat was echter een heel krachtige tijd waarin ik veel leerde over de relatie tussen lichaam en geest. Uiteindelijk beëindigde ik de beoefening na drie jaar, omdat ik voelde dat ik ervan had geleerd en omdat het celibatair zijn steeds meer een gehechtheid werd in plaats van een bron van vrijheid. Maar de inzichten die ik in die jaren had blijven altijd nieuw. De bevrijdende kracht ervan is nog net zo vitaal en diepgaand als bijna dertig jaar geleden, toen ik hun waarheid voor het eerst ervoer.
Een van de belangrijkste dingen die ik heb geleerd in die jaren waarin ik koos voor een celibatair leven, was om minder slachtoffer te zijn van seksueel verlangen. Ik heb gezien dat de meeste mensen, mannen en vrouwen, maar vooral mannen zich overspoeld voelen door de kracht van het seksueel verlangen. In plaats van erdoor te worden versterkt voelen zij zich er vaak slachtoffer van. “Deze kracht is veel sterker dan ik” is de automatische conclusie die veel mannen trekken wanneer ze seksueel opgewonden raken. Dit zet ze automatisch in een slachtofferpositie. In een emotionele, psychologische en culturele context tussen mannen en vrouwen is dit een verliespositie, direct vanaf het eerste begin.
Een van de dingen die ik dus doe als leraar is proberen mannen genoeg spirituele oefening te laten doen om op een zodanig punt te komen dat ze zich geen slachtoffer meer voelen van de seksuele impuls. Ik ben er absoluut van overtuigd dat, tenzij we op een punt komen waar we weten dat wie we zijn sterker is dan deze kracht, we nooit in staat zullen zijn hem te omarmen en uit te drukken op een vrij gekozen, adequate en zelfs spirituele manier. Ik zou niet weten hoe we het anders moesten doen. Voor mij is het onzinnig zelfs maar te beginnen te spreken over dit potentieel in tantra totdat een individu dit fundamentele punt heeft bereikt.
WILBER: Ik wil daar een paar dingen over zeggen. Het plaatje wat ik schetste is een theoretisch samenvattend overzicht van wat seksualiteit idealiter zou kunnen en zou moeten zijn. En ik denk dat jij en ik het eens zijn over deze essentiële samenvatting.
COHEN: Zeker.
WILBER: Dan is de volgende vraag: doen tantra beoefenaars dat werkelijk?
COHEN: Precies.
[volgende]
[Sanskriet]: iemand die lesgeeft in spirituele bevrijding vanuit zijn of haar eigen directe ervaring of realisatie.
Omschrijft zichzelf als “een idealist met revolutionaire neigingen” en wordt door velen herkend als een bepalende stem in het opkomende veld van evolutionaire spiritualiteit. Cohen heeft een originele leer voor de 21e eeuw ontwikkeld, die hij Evolutionaire Verlichting noemt. Hij is tevens oprichter en hoofdredacteur van EnlightenNext magazine.
KEN WILBER: PANDIT
[Sanskriet]: een geleerde, iemand die zich verdiept heeft in spirituele wijsheid en zeer deskundig is op dat gebied.
Omschrijft zichzelf als “een verdediger van de dharma, een intellectuele samurai.” Wilber wordt beschouwd als één van de grootste levende filosofen van deze tijd. Zijn werk biedt een uitvoerige en originele synthese van alle grote psychologische, filosofische en spirituele tradities. Hij heeft vele boeken geschreven waaronder: Een Beknopte Geschiedenis van Alles (Lemniscaat) en Integrale Visie (Ankh Hermes).
Is seks een weg naar God?
In hun meest recente dialoog onderzoeken spiritueel leraar Andrew Cohen en integraal filosoof Ken Wilber de complexe en altijd fascinerende relatie tussen seks en spirituele vrijheid.
Andrew Cohen: Vandaag willen we over een leuk en uitdagend onderwerp praten en wel de relatie tussen seksualiteit en spirituele ontwikkeling. We weten allebei dat seksualiteit een onvoorstelbaar verwarrend terrein in het menselijk leven kan zijn. Het is moeilijk er simpel en helder mee om te gaan. Hiervoor zijn vele redenen, vooral voor diegenen van ons die in een postmoderne culturele omgeving zijn opgegroeid en die nu proberen te ontdekken wat er daarna komt.
De seksuele impuls is een van de meest overweldigende krachten die we kunnen ervaren. Zoals ik het zie is de drang om ons voort te planten de fysieke uitdrukking van de evolutionaire impuls achter dit hele universum. Wat zou krachtiger kunnen zijn? Wanneer de seksuele impuls zich roert in ons lichaam en in onze geest, dan ervaren we op een biologisch niveau hetzelfde creatieve vuur dat veertien miljard jaar geleden iets ertoe bracht om uit niets te ontspringen. Het is overweldigend om daarbij stil te staan. Door ons gebrek aan nederigheid onderschatten velen van ons de kracht waar we in werkelijkheid mee te maken hebben en die we moeten leren hanteren. Het is eenvoudig te begrijpen waarom we vaak de weg kwijt raken op dit terrein. De biologische impuls tot voortplanting is ontworpen om onweerstaanbaar te zijn. En daar komt nog bij dat de cultuur ons ook conditioneert op een bepaalde manier te reageren op deze krachtige impuls.
In de postmoderne tijd, bijvoorbeeld, bevinden we ons in een unieke situatie omdat we zijn opgegroeid in het tijdperk van seksuele bevrijding. In dit tijdperk zijn de meeste traditionele taboes doorbroken en we hebben allerlei ogenschijnlijk ouderwetse morele standpunten rond seksualiteit verworpen. In mijn opvoeding werd mij verteld, en jou ook neem ik aan, dat seks op zich iets goeds is, zolang het geen schade toebrengt aan anderen. Seksueel experimenteren werd onuitgesproken aangemoedigd. Ik ben er eigenlijk nooit in begeleid dit specifieke deel van het leven te begrijpen, alles was heel open. Pas toen ik meer geïnteresseerd raakte in mijn eigen spirituele ontwikkeling begon ik te zien hoe problematisch en vaak misleidend, of verduisterend voor gewaar-zijn, seksualiteit kan zijn wanneer onze relatie ermee erg geconditioneerd en onvrij is. Ik heb ook gezien dat het gegeven van seksuele vrijheid een individu niet noodzakelijkerwijs meer verlicht maakt omtrent de rol die seks of seksualiteit zou moeten spelen in het menselijk leven. Ik heb in de loop der jaren veel slimme, ontwikkelde mensen ontmoet met een hoop ervaring op het gebied van seksualiteit. Maar ik kan niet echt zeggen dat ik iemand heb ontmoet die uitdrukking kan geven aan een gevoel van echte helderheid, zelfvertrouwen en objectiviteit in relatie tot dit terrein van het leven. De vraag wat een juiste relatie is tot deze overweldigende kracht is een heel belangrijke. We hoeven maar om ons heen te kijken om te zien dat het antwoord in zowel een spiritueel als een seculier leven niet eenvoudig is.
Vaak zie je in traditionele spirituele omgevingen dat mensen er ofwel voor hebben gekozen dit specifieke gebied van het leven achter zich te laten, of het geïntegreerd hebben in hun religieuze leven en beoefening. Sommige religies, zoals bijvoorbeeld het jodendom, integreren het bedrijven van liefde in hun religieuze leven en in hun culturele gedragscode. Meestal houdt dat echter zeer traditionele rollen voor mannen en vrouwen in, die velen van ons, met name in de westerse wereld, zijn ontgroeid. Ik ben dus erg geïnteresseerd in het vinden van een manier om deze kant van het leven te omarmen op een manier die passend is voor onze tijd en cultuur, waarin het niet vermeden wordt en het ook niet tot de centrale focus van onze aandacht wordt gemaakt.
De meeste opvattingen over seksualiteit vallen in een van deze twee uitersten: ofwel ze concluderen “seks is slecht”, zoals sommige tradities doen, of ze concluderen, zoals in de cultuur waarin wij opgroeiden, “seks is goed.” Maar op een bepaald moment ben ik tot de conclusie gekomen dat seks op zichzelf goed noch slecht is. Het is gewoon een neutrale kracht – een evolutionaire noodzakelijke drang in de vorm van deze specifieke biologische functie. De functie zelf heeft geen morele dimensie: hij is goed noch slecht. Natuurlijk kan hij worden uitgedrukt op manieren die positief of negatief zijn. Maar ik denk dat de realisatie dat de aard van deze kracht uitstijgt boven dit morele onderscheid, heel belangrijk is, omdat het ons uitdaagt echt na te denken over de vraag: wat is mijn relatie tot deze neutrale kracht? Misschien is dat een goede plek om te beginnen.
KEN WILBER: Dat is een goede plek om te beginnen. En ik denk dat het onderscheid tussen onze gebruikelijke visie op seks en seks als een neutrale maar veel grotere kracht echt heel erg belangrijk is. Het is een onderscheid dat door de tradities al is gemaakt en het is werkelijk cruciaal om transformatie en ontwikkeling te begrijpen. De mensen die geïnteresseerd zijn in een integraal of evolutionair perspectief hebben geen moeite te begrijpen dat er een spectrum van bewustzijn is dat zich door de tijd heen heeft ontwikkeld. De termen die we vaak gebruiken wanneer we deze stadia in de evolutie van bewustzijn beschrijven zijn archaïsch, magisch, mythisch, rationeel, pluralistisch en integraal. Elk van deze niveaus van bewustzijn staat voor een toename in zorg, in compassie, in liefde, in betrokkenheid, in gewaar-zijn, zolang er geen sprake is van pathologie of disfunctionaliteit. Wat echter niet altijd goed begrepen wordt, is dat er tegelijkertijd met dat spectrum van bewustzijn een spectrum van prana bestaat, dat eenvoudigweg kan worden gedefinieerd als energie. Dit besef is terug te vinden in de grote tradities van vajrayana (Tibetaans boeddhisme) tot vedanta (hindoeïsme). Een manier om dit uit te drukken is: “Iedere geest heeft een lichaam.” Ieder stadium van bewustzijn wordt ondersteund door een soort van massa-energie, of prana.
De term prana heeft twee betekenissen. In het klein betekent prana vitale energie, bio-energie, bio-elektriciteit, de energie van vitaliteit, enzovoort. In deze kleine vorm is prana verantwoordelijk voor het samenbrengen van het ene organisme met het andere. Prana in de grote vorm is verantwoordelijk voor het samenbrengen van een levend wezen met het gehele universum. En het is natuurlijk die eenheid, die Ene Smaak, die non-duale ervaring, waar de grote bevrijding over gaat. Dat is waar één zijn met alles over gaat. Het verlost je van het kleine zelf en van de seks van het kleine zelf.
Dus wanneer we het hebben over spirituele bevrijding, over verlichting, over wakker worden, spreken we niet alleen over een verandering van bewustzijn, terwijl dat bijna het enige onderwerp is waarover tegenwoordig wordt besproken. Mensen zeggen: richt je alleen op “de kracht van het nu.” “Besteed alleen aandacht aan het huidige moment.” En ze hebben het helemaal bij het rechte eind wanneer we het over bewustzijn hebben, maar ze vergeten het belichaamde deel van het plaatje. Ze werken niet met het vlees, de materie, het energetische deel, dat is prana, seksualiteit. Wat we dus willen zien in verlichting is niet alleen een verschuiving in bewustzijn van het kleine zelf naar Big Self naar Big Mind. We willen ook een verschuiving in seksuele patronen zien van het kleine prana naar het grote prana – je zou kunnen zeggen dat dit de seksualiteit van Big Mind is.
Waar we dus naar zoeken is een spectrum van seksualiteit dat parallel loopt aan het spectrum van bewustzijn van archaïsch naar magisch naar mythisch naar rationeel naar pluralistisch naar integraal. Een van de systemen waarin we deze correlaties uitgewerkt zien, is het chakra systeem van de hindoe traditie. In het kort komt het erop neer dat er zeven chakra’s zijn en deze chakra’s zijn energieën die corresponderen met de zeven belangrijke niveaus van bewustzijn, lopend van beneden naar boven. Het eerste niveau is de energie van voedsel, niveau twee is de energie van seks (in de kleine betekenis), niveau drie is de energie van de kracht van intentionaliteit, niveau vier is de energie van liefde, niveau vijf is de energie van zelfexpressie en zelfactualisatie, niveau zes is de energie van zelfoverstijging en niveau zeven is de energie van eenheid met het Al. Dit is dus een soort kaart die we tegenkomen in de tradities en die ons eraan herinnert dat iedere verandering in bewustzijn een corresponderende verandering in energie of seksualiteit heeft in het lichaam.
COHEN: Dus wat jij zegt is dat seksualiteit zich ontwikkelt via een evolutionair spectrum op dezelfde manier als bewustzijn dat doet.
WILBER: Ja. En dit is waar tantra zich op toelegt. Tantra kwam en zei tegen de neoplatonische tradities en de theravadin tradities en vele van de andere al bestaande tradities: “Kijk, je kunt mensen helpen te ontwaken en een te worden met het Al door met gekruiste benen op een kussen te zitten en tien jaar lang te mediteren. Door zich te richten op bewustzijn kunnen zij hun identiteit opwerken via de grote keten van zijn naar die volledige eenheid aan de top als een bewuste realisatie. Maar wat dacht je… je kunt hetzelfde seksueel doen. En seksueel is het veel leuker!” Dus wanneer je leert hoe je deze seksuele energieën kunt gebruiken, zal je je gevoel van identiteit opwerken via de chakra’s – van één zijn met voedsel naar één zijn met seks in engere zin, naar één zijn met kracht, dan met liefde, met zelfexpressie, met zelfoverstijging en uiteindelijk naar één zijn met het Al. Maar elk van deze stappen wordt dan een gelukkig, opgewonden, radicaal erotisch gevoel. In plaats van wilskracht te moeten gebruiken om jezelf door de stadia van ontwikkeling te duwen, kun je neuken gebruiken. Je kunt seksuele visualisaties, seksuele activiteiten en prana op een echte, levendige, vibrerende manier gebruiken. Dit is dus een van de dingen om in gedachten te houden wanneer we het hebben over post-postmoderne seksualiteit. Een van de dingen die we willen introduceren in deze nieuwe formule voor wat seks is en kan zijn: seks is een weg naar God. Het is een kort, snel en onvoorstelbaar gelukzalig pad om het diepste en hoogste deel van jezelf te ontdekken. Dat is een van de belangrijkste dingen waaraan tantra ons kwam herinneren en dat willen we inlijven, updaten, oppoetsen en reviseren om ons rekenschap te geven van wat we geleerd hebben in de moderne en postmoderne wereld, met name met betrekking tot de evolutionaire kracht.
Evolutionaire spiritualiteit wordt in werkelijkheid gedreven door het grote prana, door deze grote energie. Deze energie is verbonden met het grote bewustzijn, met Big Self (Grote Zelf). Het is allereerst de verbinding met wat jij het Authentieke Zelf noemt en dan met purusha, of Big Self. Wat de tradities niet zo goed begrepen is de ongelofelijk dynamische aard van deze energieën, het feit dat ze doorontwikkelen en niet als doel hebben in een of andere toestand van evenwicht te geraken waar niets beweegt en jij in een soort van ongemanifesteerde absorptie verkeert. Dat is feitelijk een lagere realisatie. De ware realisatie is uit die ongemanifesteerde toestand te komen, verenigd met groot prana en daarom één te worden met alles wat zich aandient, alles wat gedreven wordt door eros, door deze fundamenteel seksuele oriëntatie tot de hele manifeste wereld.
COHEN: Alles wat je zegt is erg mooi en theoretisch klopt het helemaal. Maar praktisch gesproken heb ik persoonlijk nooit een dergelijke elegante, diep spirituele, wezenlijk verlichte omarming van eros als seksualiteit gezien.
WILBER: Je bedoelt in de echte tantrische beoefening?
COHEN: Ja. Wat jij beschrijft is een diep geïntegreerde visie die helder en logisch is omdat het zo allesomvattend is. Maar wanneer we de stap maken van theorie naar praktijk heb ik in mijn leven nog nooit echte mensen gezien die een werkelijke uitdrukking waren van waar jij over spreekt. En ik heb echt goed om me heen gekeken. Ik heb veel aandacht geschonken aan mijn eigen ervaringen en die van mijn studenten op dit gebied. Ik ben meer dan twintig jaar getrouwd. Ik heb studenten die een relatie hebben en studenten die ervoor kiezen om een langere periode celibatair te leven. Ik heb duizenden volwassenen van over de hele wereld ontmoet, waaronder mensen die claimen tantra te beoefenen en ik ontmoet er steeds meer. Voor zover ik kan zien is dit een gebied waar de meeste mensen onverstelbaar verward over zijn, enkele uitzonderingen daargelaten.
Weet je Ken, er zijn een paar belangrijke ervaringen die ik had als jonge zoeker die mijn eigen denken rond dit onderwerp hebben gevormd. Rond mijn vijfentwintigste begon ik me te realiseren hoe diep geconditioneerd ik was met betrekking tot lust en seksualiteit. Doorlopende introspectie en contemplatie lieten me zien hoe onvrij ik was op dit uitdagende en extreem verwarrende gebied van het leven. Het was overduidelijk hoe weinig echte keuzevrijheid ik had op dit gebied en daar baalde ik van. Ik ben nooit een preuts of moralistisch mens geweest; ik ben zeker een product van de jaren zestig. Het werd me echter duidelijk dat mijn relatie met seksualiteit geconditioneerd was door een materialistische cultuur die het onderscheid tussen erotiek en pornografie had doen vervagen.
Ik besloot dus een tijdje celibatair te zijn. Ik woonde niet in een ashram maar in New York en ik was vrijgezel. Drie jaar lang onthield ik me van iedere actieve relatie met de seksuele impuls. Ik was daar heel erg serieus over.
WILBER: In New York, op die leeftijd! Dat is een bijzondere prestatie!
COHEN: Ja, het was… ongelofelijk. Wanneer ik mijn vrienden vertelde wat ik deed verklaarden ze me voor gek. Deze periode van celibaat was echter een heel krachtige tijd waarin ik veel leerde over de relatie tussen lichaam en geest. Uiteindelijk beëindigde ik de beoefening na drie jaar, omdat ik voelde dat ik ervan had geleerd en omdat het celibatair zijn steeds meer een gehechtheid werd in plaats van een bron van vrijheid. Maar de inzichten die ik in die jaren had blijven altijd nieuw. De bevrijdende kracht ervan is nog net zo vitaal en diepgaand als bijna dertig jaar geleden, toen ik hun waarheid voor het eerst ervoer.
Een van de belangrijkste dingen die ik heb geleerd in die jaren waarin ik koos voor een celibatair leven, was om minder slachtoffer te zijn van seksueel verlangen. Ik heb gezien dat de meeste mensen, mannen en vrouwen, maar vooral mannen zich overspoeld voelen door de kracht van het seksueel verlangen. In plaats van erdoor te worden versterkt voelen zij zich er vaak slachtoffer van. “Deze kracht is veel sterker dan ik” is de automatische conclusie die veel mannen trekken wanneer ze seksueel opgewonden raken. Dit zet ze automatisch in een slachtofferpositie. In een emotionele, psychologische en culturele context tussen mannen en vrouwen is dit een verliespositie, direct vanaf het eerste begin.
Een van de dingen die ik dus doe als leraar is proberen mannen genoeg spirituele oefening te laten doen om op een zodanig punt te komen dat ze zich geen slachtoffer meer voelen van de seksuele impuls. Ik ben er absoluut van overtuigd dat, tenzij we op een punt komen waar we weten dat wie we zijn sterker is dan deze kracht, we nooit in staat zullen zijn hem te omarmen en uit te drukken op een vrij gekozen, adequate en zelfs spirituele manier. Ik zou niet weten hoe we het anders moesten doen. Voor mij is het onzinnig zelfs maar te beginnen te spreken over dit potentieel in tantra totdat een individu dit fundamentele punt heeft bereikt.
WILBER: Ik wil daar een paar dingen over zeggen. Het plaatje wat ik schetste is een theoretisch samenvattend overzicht van wat seksualiteit idealiter zou kunnen en zou moeten zijn. En ik denk dat jij en ik het eens zijn over deze essentiële samenvatting.
COHEN: Zeker.
WILBER: Dan is de volgende vraag: doen tantra beoefenaars dat werkelijk?
COHEN: Precies.
[volgende]
De Goeroe en de Pandit
Is seks een weg naar God?
Is seks een weg naar God?
1 | 2

