ANDREW COHEN: GOEROE
[Sanskriet]: iemand die lesgeeft in spirituele bevrijding vanuit zijn of haar eigen directe ervaring of realisatie.
Omschrijft zichzelf als “een idealist met revolutionaire neigingen” en wordt door velen herkend als een bepalende stem in het opkomende veld van evolutionaire spiritualiteit. Cohen heeft een originele leer voor de 21e eeuw ontwikkeld, die hij Evolutionaire Verlichting noemt. Hij is tevens oprichter en hoofdredacteur van EnlightenNext magazine.
KEN WILBER: PANDIT
[Sanskriet]: een geleerde, iemand die zich verdiept heeft in spirituele wijsheid en zeer deskundig is op dat gebied.
Omschrijft zichzelf als “een verdediger van de dharma, een intellectuele samurai.” Wilber wordt beschouwd als één van de grootste levende filosofen van deze tijd. Zijn werk biedt een uitvoerige en originele synthese van alle grote psychologische, filosofische en spirituele tradities. Hij heeft vele boeken geschreven waaronder: Een Beknopte Geschiedenis van Alles (Lemniscaat) en Integrale Visie (Ankh Hermes).
Vrijheid in de aanblik van de angst
Andrew Cohen en Ken Wilber bespreken de uitdaging om verbonden te blijven met een hoger spiritueel perspectief in een tijd dat de menselijke overlevingskansen aan een zijden draadje hangen.
ANDREW COHEN: Zo’n beetje iedereen weet wel dat we ons op dit moment bevinden in wat volgens velen een wereldwijde crisis is. De grote financiële crisis staat nu natuurlijk op de voorgrond, maar die vindt plaats in de context van andere sluimerende gevaren – terroristische dreiging, klimaatverandering en de vernietiging van ons natuurlijke milieu, om er maar een paar te noemen. In dit nummer van EnlightenNext laten wij een aantal prominente futurologen aan het woord, die hun visie geven op wat ons de komende maanden, jaren en decennia staat te wachten. Maar ik denk dat jij en ik dit thema vanuit een iets ander perspectief zouden kunnen benaderen. Wij zouden kunnen kijken naar de innerlijke, subjectieve, existentiële, intellectuele, emotionele en spirituele verhouding van het individu ten opzichte van een crisis.
Ik heb hier veel over nagedacht, en een aantal interessante dingen bij mijzelf en andere mensen waargenomen. Ik heb gemerkt dat wanneer mensen bang worden, er een diepgaande verkramping van het zelf plaatsvindt. Als onze manier van leven en ons gevoel van vrijheid worden bedreigd, treedt er niet alleen een emotionele verkramping op, maar ook een filosofische, en een spirituele. Dat veroorzaakt een verkramping in onze capaciteit om ruim te denken.
KEN WILBER: Zo is het precies. Tijden van crisis hebben de neiging om verkramping van het zelf te versterken. En gezien de aard van onze huidige situatie, is dat op dit moment een cruciaal onderwerp.
De spirituele impact van crises
COHEN: Ik denk dat dit met name veelbetekenend is voor mensen die geïnteresseerd zijn in wat je een spiritueel geïnspireerd wereldbeeld en perspectief zou kunnen noemen. Alle vormen van mystieke spiritualiteit zijn gebaseerd op een direct ervaren of begrijpen van grenzenloosheid – een oervrijheid, een oneindige groei, een eeuwige grond van zijn. En als we zo’n soort ervaring hebben, wanneer we ontdekken dat er geen enkele begrenzing is, dan heeft dat een dramatisch effect op de manier waarop wij denken over wat het betekent mens te zijn. Wij hebben samen vaak gesproken over de mysterieuze en wonderlijke frictie die ontstaat zodra het van nature begrensde individuele zelfgevoel zich begint te openen voor de absolute onbegrensde dimensie. Het is deze frictie tussen het onbegrensde en het begrensde, die spirituele extase, inspiratie en perspectieven tot leven brengt.
In evolutionaire spiritualiteit wordt dat gevoel van oneindigheid niet alleen ervaren in de eeuwige Grond van Zijn, voorbij tijd en vorm, waar de mystieke tradities van spreken, maar ook in de wereld van tijd en vorm, door de bewustwording van wat ik de evolutionaire impuls noem. Die impuls is niets anders dan de drijvende kracht achter de hele schepping. Wanneer wij die evolutionaire drang ervaren, worden wij ons bewust van een oneindig potentieel dat steeds verder reikt naar een onbekende toekomst en alsmaar groter wordt. Het doet een beroep op ons, het smeekt ons te reageren en er één mee te worden in een bezielde omhelzing van het levensproces.
Nu is het in het algemeen zo, dat als mensen worden bedreigd op het niveau van overleving – hetzij door oorlog, ziekte, opwarming van de aarde of de apocalyps – er een neiging tot verkramping ontstaat. Als wij ons zorgen gaan maken over overleving, dan laten wij onze spirituele bewustwording en het evolutionair verlichte perspectief voor wat het is en maken ons alleen nog druk over ons eigen welbevinden. We verliezen letterlijk het contact met het licht. En daarmee verliezen we niet alleen het contact met de oneindige openheid en de inherente vrijheid van de Grond van Zijn, maar ook, en dat vind ik nog belangrijker, raken we het bewustzijn kwijt over onze potentie tot oneindige groei, onze mogelijkheid tot bewuste ontwikkeling.
Daarom leek het mij wel goed als wij met elkaar zouden praten over de noodzaak het nooit zover te laten komen, wat er ook met ons gebeurt. Volgens mij is het cruciaal dat mensen begrijpen dat het overlevingsinstinct een natuurlijk gegeven is. Wij hebben immers al honderdduizenden jaren allerlei soorten crises overleefd! Maar ons instinct om te ontwikkelen, zoals dat zich begint te manifesteren – dat spontane verlangen om bewuster te worden – is nog heel nieuw. Voor de meeste mensen is het een nauwelijks waarneembaar bewustzijn. Dus dit nieuwe instinct moet beschermd en gekoesterd worden, en we moeten het niet laten bedelven onder alle angst die vanzelfsprekend naar boven komt wanneer onze overleving in gevaar lijkt te komen.
WILBER: Daar ben ik het helemaal mee eens. De thema’s die jij opwerpt, zijn op dit moment cruciaal, gezien het gevoel van tekort in de wereld, het gevoel dat er iets ontbreekt, het gevoel dat we straatarm zijn.
Een behulpzame manier om hiernaar te kijken is via de behoeftehiërarchie van Maslow. Abraham Maslow ontdekte empirisch dat mensen door ongeveer een half dozijn fundamentele behoeftes worden gedreven. Hij zette deze in een piramide boven elkaar, waarbij de basis wordt gevormd door de meest basale behoeften. Hij ontdekte dat zodra aan de basisbehoeftes is voldaan, de eerstvolgende behoefte naar boven komt. Als aan onze fysieke behoeftes en onze behoefte aan veiligheid wordt voldaan, komt de behoefte naar liefde of erbij willen horen naar boven, dan de behoefte aan erkenning en tenslotte de behoefte aan zelfverwezenlijking. Maar in het kader van dit gesprek is met name zijn ontdekking van belang, dat onder de menselijke behoeftes twee verschillende soorten drijfveren kunnen worden onderscheiden, die hij deficiënte behoeftes en existentiële behoeftes noemde. Deficiëntiebehoeftes zijn behoeftes die worden veroorzaakt door een tekort – en de vijf zojuist genoemde behoeftes van fysiologisch tot zelfverwerkelijking, behoren allemaal tot de deficiëntiebehoeftes.
Maslow ontdekte echter dat nadat aan de zelfverwezenlijkingsbehoefte is voldaan, er een volledig ander soort motivatie naar boven komt – een drijfveer die niet veroorzaakt wordt door een tekort maar door overvloed, door overschot. Hij noemde dit zijnsbehoeften – en hij gaf de behoefte aan zelftranscendentie als voorbeeld. Op dit punt is de persoon echt contact gaan maken met de absolute dimensie van zijn wezen, met een grenzeloze oervrijheid en volheid, een grote perfectie, een eindeloze openheid, een tijdloos nu, het gelukzalige plezier en geluk van de Grond van Zijn. Als mensen daarmee in contact zijn, is hun motivatie er een van volheid, van overstromen, van overvloed. Het is alsof je een miljard euro’s hebt gekregen en het direct begint te delen met je vrienden, in tegenstelling tot wanneer je maar tien euro hebt en gaat lopen bietsen.
Het essentiële punt in tijden van crisis is dus, zoals jij ook al zei, ervoor te waken dat de omstandigheden de verkramping van het zelf versterken en een terugval veroorzaken van zijnsbehoeften naar deficiënte behoeften. Laat die hele dimensie van streven naar transcendentie, en evolutie van het zelf, niet verloren gaan en laten we niet terugvallen naar erkenning of erbij willen horen of zelfs naar de behoefte aan veiligheid.
COHEN: Precies. Juist doordat die behoefte om je bewust te ontwikkelen zo recent is opgekomen, en nog maar net aan de top van de piramide is verschenen, is het zo makkelijk om het contact ermee kwijt te verliezen.
WILBER: Eén van Maslow’s belangrijkste studenten was Clare Graves. Zijn werk vormde de basis voor Spiral Dynamics, waarover we al vaker hebben gesproken. In zijn onderzoek naar menselijke waarden, ontdekte Graves twee essentiële soorten motivatie, die hij de eerste en de tweede bandbreedte noemde. De stadia in Graves’ eerste bandbreedte zijn gelijk aan de eerste vijf niveaus van Maslow’s behoeftehiërarchie, de deficiëntiebehoeftes. Terwijl de stadia van zijn tweede bandbreedte over het algemeen corresponderen met Maslow’s zijnsbehoeftes. Volgens Graves was van een sterke afname van angst één van de kenmerkende factoren van die tweede bandbreedte was. En dat is belangrijk.
COHEN: Heel belangrijk.
WILBER: De mate van angst is bepalend voor hoe geïdentificeerd je bent met het afgescheiden, pure, individuele zelf. De Upanishads zeggen: “Waar een ander is daar is angst”. Hoger bewustzijn – het non-duale bewustzijn, van “Zo-heid“ – transcendeert het gevoel van afgescheidenheid, dat inherent is aan de subject-object dualiteit. Individuen die gemotiveerd worden door zelftranscendentie behoeftes, door zijnsbehoeftes, voelen zich in essentie één met alles wat is. De Soefi ‘s noemen dit de Hoogste Identiteit. Je hebt dus wat bij Zen heet: een “loslaten van lichaam en geest” – je bent niet langer uitsluitend geïdentificeerd met je individuele lichaam en geest. Hierdoor valt angst ook weg, omdat er veel minder zorgen zijn over het lot van dit individuele orga
nisme. Maar als we toestaan dat in crisistijden de verkramping van het zelf gereactiveerd wordt en we staan een regressie toe naar de eerste bandbreedte of de deficiëntiebehoeften, dan staan we toe dat deze omstandigheden ons uit het kosmische bewustzijn halen, uit de stralende, radicale, nonduale Zo-heid, en in één van de lagere waardesystemen die geïsoleerd is en afgescheiden en verkrampt. Helaas is dat in tijden als deze nou juist precies wat er gebeurt.
COHEN: Dat is allemaal helemaal waar. Ik moedig de mensen die deze dialoog lezen of horen aan om stil te staan bij deze beweging in zichzelf en ik wil ze vragen om hun eigen reactie op de huidige omstandigheden onder de loep te nemen, in het licht van het onderscheid dat we hier maken. Bij het samenstellen van deze editie hebben we de futurist John Petersen (zie blz. …) geïnterviewd. Hij schetste een behoorlijk somber beeld van onze nabije toekomst. Nadat ik naar hem had geluisterd, zag ik mijzelf letterlijk uit wat jij zijnsbehoeften noemt vallen, direct naar het overlevingsniveau. Plotseling leek alles waar ik mijn hele leven aan heb gewijd en waar ik voor leef – de evolutie van bewustzijn en cultuur en de inherente gelukzaligheid daarvan in ieder moment – te verdwijnen. Ik merkte dat ik dacht, “Er is geen enkele reden om hiermee bezig te zijn. Het enige dat telt is dat we een uitweg uit deze crisis vinden.” Het kostte me drie à vier uur om weer in contact te komen met de grootsheid en de schoonheid van datgene wat me altijd roept.
Daarom wil ik dat mensen nadenken over het onderscheid dat wij maken – en om even aandacht te schenken aan de momenten dat zij afglijden naar angst en hoe anders de wereld er dan uitziet. Hierover praten is één ding, maar om het echt in je eigen ervaring te zien is heel wat anders. Dit innerlijke omslaan kan in een oogwenk gebeuren, vooral wanneer we geconfronteerd worden met echte crises. Wat we moeten leren, juist omdat we met een echte crisis te maken hebben, is het perspectief niet te verliezen en het contact niet te verliezen met die dimensie van onze ervaring die nooit relatief is en altijd belangrijker dan wat dan ook.
WILBER: Het is cruciaal. Daarom is het zo belangrijk, juist in tijden als deze, om onze spirituele beoefening te blijven doen. We moeten echt een verhoogd bewustzijn ontwikkelen van onze eigen interne mechanismen en van datgene wat ons uit deze onkwalificeerbare, tijdloze bewustzijnsmomenten kan terugwerpen in een verkrampte overlevingsmodus. Dat is echt wezenlijk, omdat er nu een aantal zeer belangrijke overlevingskwesties aan de orde zijn.
COHEN: Absoluut.
WILBER: Het is niet zeker dat we het als soort gaan redden. Er zijn een paar hele, hele echte problemen. En om in staat te zijn de innerlijke dynamiek te zien, te zien hoe je verkrampt in het licht daarvan, is een hele goede leerschool. Het is een kans, zoals in je eigen voorbeeld, om echt te leren hoe je zelf toestaat dat je overlevingsmechanisme je uit je ware zelf en je reeds vrije bewustzijn gooit.
COHEN: Ja, en waarom dit zo belangrijk is, is dat als we van de ladder van ontwikkeling afdalen, niet alleen ons gevoelsleven verkrampt is, maar ook onze perspectieven en waarden. We raken het contact kwijt met dat wat hoger is, dat wat een inherente grootsheid heeft, en we verkrampen tot een zeer angstige levenshouding.
WILBER: Ja.
COHEN: De mensen die in tijden als deze werkelijk in staat zijn om het verschil te maken, zijn vaak degenen die deze reële crises en de gebeurtenissen in de wereld in de ruimste ontwikkelingscontext kunnen plaatsen – het allemaal kunnen zien als deel van een groter proces, dat in zichzelf onverwoestbaar is. Het is cruciaal om het contact met dat perspectief nooit te verliezen, want het probleem is als we het contact daarmee verliezen, we het contact verliezen met het beste deel van onszelf. Dat is de grote uitdaging in dit soort tijden.
WILBER: Daar hebben we al veel van gezien op individueel, cultureel en planetair niveau.
[volgende]
[Sanskriet]: iemand die lesgeeft in spirituele bevrijding vanuit zijn of haar eigen directe ervaring of realisatie.
Omschrijft zichzelf als “een idealist met revolutionaire neigingen” en wordt door velen herkend als een bepalende stem in het opkomende veld van evolutionaire spiritualiteit. Cohen heeft een originele leer voor de 21e eeuw ontwikkeld, die hij Evolutionaire Verlichting noemt. Hij is tevens oprichter en hoofdredacteur van EnlightenNext magazine.
KEN WILBER: PANDIT
[Sanskriet]: een geleerde, iemand die zich verdiept heeft in spirituele wijsheid en zeer deskundig is op dat gebied.
Omschrijft zichzelf als “een verdediger van de dharma, een intellectuele samurai.” Wilber wordt beschouwd als één van de grootste levende filosofen van deze tijd. Zijn werk biedt een uitvoerige en originele synthese van alle grote psychologische, filosofische en spirituele tradities. Hij heeft vele boeken geschreven waaronder: Een Beknopte Geschiedenis van Alles (Lemniscaat) en Integrale Visie (Ankh Hermes).
Vrijheid in de aanblik van de angst
Andrew Cohen en Ken Wilber bespreken de uitdaging om verbonden te blijven met een hoger spiritueel perspectief in een tijd dat de menselijke overlevingskansen aan een zijden draadje hangen.
ANDREW COHEN: Zo’n beetje iedereen weet wel dat we ons op dit moment bevinden in wat volgens velen een wereldwijde crisis is. De grote financiële crisis staat nu natuurlijk op de voorgrond, maar die vindt plaats in de context van andere sluimerende gevaren – terroristische dreiging, klimaatverandering en de vernietiging van ons natuurlijke milieu, om er maar een paar te noemen. In dit nummer van EnlightenNext laten wij een aantal prominente futurologen aan het woord, die hun visie geven op wat ons de komende maanden, jaren en decennia staat te wachten. Maar ik denk dat jij en ik dit thema vanuit een iets ander perspectief zouden kunnen benaderen. Wij zouden kunnen kijken naar de innerlijke, subjectieve, existentiële, intellectuele, emotionele en spirituele verhouding van het individu ten opzichte van een crisis.
Ik heb hier veel over nagedacht, en een aantal interessante dingen bij mijzelf en andere mensen waargenomen. Ik heb gemerkt dat wanneer mensen bang worden, er een diepgaande verkramping van het zelf plaatsvindt. Als onze manier van leven en ons gevoel van vrijheid worden bedreigd, treedt er niet alleen een emotionele verkramping op, maar ook een filosofische, en een spirituele. Dat veroorzaakt een verkramping in onze capaciteit om ruim te denken.
KEN WILBER: Zo is het precies. Tijden van crisis hebben de neiging om verkramping van het zelf te versterken. En gezien de aard van onze huidige situatie, is dat op dit moment een cruciaal onderwerp.
De spirituele impact van crises
COHEN: Ik denk dat dit met name veelbetekenend is voor mensen die geïnteresseerd zijn in wat je een spiritueel geïnspireerd wereldbeeld en perspectief zou kunnen noemen. Alle vormen van mystieke spiritualiteit zijn gebaseerd op een direct ervaren of begrijpen van grenzenloosheid – een oervrijheid, een oneindige groei, een eeuwige grond van zijn. En als we zo’n soort ervaring hebben, wanneer we ontdekken dat er geen enkele begrenzing is, dan heeft dat een dramatisch effect op de manier waarop wij denken over wat het betekent mens te zijn. Wij hebben samen vaak gesproken over de mysterieuze en wonderlijke frictie die ontstaat zodra het van nature begrensde individuele zelfgevoel zich begint te openen voor de absolute onbegrensde dimensie. Het is deze frictie tussen het onbegrensde en het begrensde, die spirituele extase, inspiratie en perspectieven tot leven brengt.
In evolutionaire spiritualiteit wordt dat gevoel van oneindigheid niet alleen ervaren in de eeuwige Grond van Zijn, voorbij tijd en vorm, waar de mystieke tradities van spreken, maar ook in de wereld van tijd en vorm, door de bewustwording van wat ik de evolutionaire impuls noem. Die impuls is niets anders dan de drijvende kracht achter de hele schepping. Wanneer wij die evolutionaire drang ervaren, worden wij ons bewust van een oneindig potentieel dat steeds verder reikt naar een onbekende toekomst en alsmaar groter wordt. Het doet een beroep op ons, het smeekt ons te reageren en er één mee te worden in een bezielde omhelzing van het levensproces.
Nu is het in het algemeen zo, dat als mensen worden bedreigd op het niveau van overleving – hetzij door oorlog, ziekte, opwarming van de aarde of de apocalyps – er een neiging tot verkramping ontstaat. Als wij ons zorgen gaan maken over overleving, dan laten wij onze spirituele bewustwording en het evolutionair verlichte perspectief voor wat het is en maken ons alleen nog druk over ons eigen welbevinden. We verliezen letterlijk het contact met het licht. En daarmee verliezen we niet alleen het contact met de oneindige openheid en de inherente vrijheid van de Grond van Zijn, maar ook, en dat vind ik nog belangrijker, raken we het bewustzijn kwijt over onze potentie tot oneindige groei, onze mogelijkheid tot bewuste ontwikkeling.
Daarom leek het mij wel goed als wij met elkaar zouden praten over de noodzaak het nooit zover te laten komen, wat er ook met ons gebeurt. Volgens mij is het cruciaal dat mensen begrijpen dat het overlevingsinstinct een natuurlijk gegeven is. Wij hebben immers al honderdduizenden jaren allerlei soorten crises overleefd! Maar ons instinct om te ontwikkelen, zoals dat zich begint te manifesteren – dat spontane verlangen om bewuster te worden – is nog heel nieuw. Voor de meeste mensen is het een nauwelijks waarneembaar bewustzijn. Dus dit nieuwe instinct moet beschermd en gekoesterd worden, en we moeten het niet laten bedelven onder alle angst die vanzelfsprekend naar boven komt wanneer onze overleving in gevaar lijkt te komen.
WILBER: Daar ben ik het helemaal mee eens. De thema’s die jij opwerpt, zijn op dit moment cruciaal, gezien het gevoel van tekort in de wereld, het gevoel dat er iets ontbreekt, het gevoel dat we straatarm zijn.
Een behulpzame manier om hiernaar te kijken is via de behoeftehiërarchie van Maslow. Abraham Maslow ontdekte empirisch dat mensen door ongeveer een half dozijn fundamentele behoeftes worden gedreven. Hij zette deze in een piramide boven elkaar, waarbij de basis wordt gevormd door de meest basale behoeften. Hij ontdekte dat zodra aan de basisbehoeftes is voldaan, de eerstvolgende behoefte naar boven komt. Als aan onze fysieke behoeftes en onze behoefte aan veiligheid wordt voldaan, komt de behoefte naar liefde of erbij willen horen naar boven, dan de behoefte aan erkenning en tenslotte de behoefte aan zelfverwezenlijking. Maar in het kader van dit gesprek is met name zijn ontdekking van belang, dat onder de menselijke behoeftes twee verschillende soorten drijfveren kunnen worden onderscheiden, die hij deficiënte behoeftes en existentiële behoeftes noemde. Deficiëntiebehoeftes zijn behoeftes die worden veroorzaakt door een tekort – en de vijf zojuist genoemde behoeftes van fysiologisch tot zelfverwerkelijking, behoren allemaal tot de deficiëntiebehoeftes.
Maslow ontdekte echter dat nadat aan de zelfverwezenlijkingsbehoefte is voldaan, er een volledig ander soort motivatie naar boven komt – een drijfveer die niet veroorzaakt wordt door een tekort maar door overvloed, door overschot. Hij noemde dit zijnsbehoeften – en hij gaf de behoefte aan zelftranscendentie als voorbeeld. Op dit punt is de persoon echt contact gaan maken met de absolute dimensie van zijn wezen, met een grenzeloze oervrijheid en volheid, een grote perfectie, een eindeloze openheid, een tijdloos nu, het gelukzalige plezier en geluk van de Grond van Zijn. Als mensen daarmee in contact zijn, is hun motivatie er een van volheid, van overstromen, van overvloed. Het is alsof je een miljard euro’s hebt gekregen en het direct begint te delen met je vrienden, in tegenstelling tot wanneer je maar tien euro hebt en gaat lopen bietsen.
Het essentiële punt in tijden van crisis is dus, zoals jij ook al zei, ervoor te waken dat de omstandigheden de verkramping van het zelf versterken en een terugval veroorzaken van zijnsbehoeften naar deficiënte behoeften. Laat die hele dimensie van streven naar transcendentie, en evolutie van het zelf, niet verloren gaan en laten we niet terugvallen naar erkenning of erbij willen horen of zelfs naar de behoefte aan veiligheid.
COHEN: Precies. Juist doordat die behoefte om je bewust te ontwikkelen zo recent is opgekomen, en nog maar net aan de top van de piramide is verschenen, is het zo makkelijk om het contact ermee kwijt te verliezen.
WILBER: Eén van Maslow’s belangrijkste studenten was Clare Graves. Zijn werk vormde de basis voor Spiral Dynamics, waarover we al vaker hebben gesproken. In zijn onderzoek naar menselijke waarden, ontdekte Graves twee essentiële soorten motivatie, die hij de eerste en de tweede bandbreedte noemde. De stadia in Graves’ eerste bandbreedte zijn gelijk aan de eerste vijf niveaus van Maslow’s behoeftehiërarchie, de deficiëntiebehoeftes. Terwijl de stadia van zijn tweede bandbreedte over het algemeen corresponderen met Maslow’s zijnsbehoeftes. Volgens Graves was van een sterke afname van angst één van de kenmerkende factoren van die tweede bandbreedte was. En dat is belangrijk.
COHEN: Heel belangrijk.
WILBER: De mate van angst is bepalend voor hoe geïdentificeerd je bent met het afgescheiden, pure, individuele zelf. De Upanishads zeggen: “Waar een ander is daar is angst”. Hoger bewustzijn – het non-duale bewustzijn, van “Zo-heid“ – transcendeert het gevoel van afgescheidenheid, dat inherent is aan de subject-object dualiteit. Individuen die gemotiveerd worden door zelftranscendentie behoeftes, door zijnsbehoeftes, voelen zich in essentie één met alles wat is. De Soefi ‘s noemen dit de Hoogste Identiteit. Je hebt dus wat bij Zen heet: een “loslaten van lichaam en geest” – je bent niet langer uitsluitend geïdentificeerd met je individuele lichaam en geest. Hierdoor valt angst ook weg, omdat er veel minder zorgen zijn over het lot van dit individuele orga
nisme. Maar als we toestaan dat in crisistijden de verkramping van het zelf gereactiveerd wordt en we staan een regressie toe naar de eerste bandbreedte of de deficiëntiebehoeften, dan staan we toe dat deze omstandigheden ons uit het kosmische bewustzijn halen, uit de stralende, radicale, nonduale Zo-heid, en in één van de lagere waardesystemen die geïsoleerd is en afgescheiden en verkrampt. Helaas is dat in tijden als deze nou juist precies wat er gebeurt.
COHEN: Dat is allemaal helemaal waar. Ik moedig de mensen die deze dialoog lezen of horen aan om stil te staan bij deze beweging in zichzelf en ik wil ze vragen om hun eigen reactie op de huidige omstandigheden onder de loep te nemen, in het licht van het onderscheid dat we hier maken. Bij het samenstellen van deze editie hebben we de futurist John Petersen (zie blz. …) geïnterviewd. Hij schetste een behoorlijk somber beeld van onze nabije toekomst. Nadat ik naar hem had geluisterd, zag ik mijzelf letterlijk uit wat jij zijnsbehoeften noemt vallen, direct naar het overlevingsniveau. Plotseling leek alles waar ik mijn hele leven aan heb gewijd en waar ik voor leef – de evolutie van bewustzijn en cultuur en de inherente gelukzaligheid daarvan in ieder moment – te verdwijnen. Ik merkte dat ik dacht, “Er is geen enkele reden om hiermee bezig te zijn. Het enige dat telt is dat we een uitweg uit deze crisis vinden.” Het kostte me drie à vier uur om weer in contact te komen met de grootsheid en de schoonheid van datgene wat me altijd roept.
Daarom wil ik dat mensen nadenken over het onderscheid dat wij maken – en om even aandacht te schenken aan de momenten dat zij afglijden naar angst en hoe anders de wereld er dan uitziet. Hierover praten is één ding, maar om het echt in je eigen ervaring te zien is heel wat anders. Dit innerlijke omslaan kan in een oogwenk gebeuren, vooral wanneer we geconfronteerd worden met echte crises. Wat we moeten leren, juist omdat we met een echte crisis te maken hebben, is het perspectief niet te verliezen en het contact niet te verliezen met die dimensie van onze ervaring die nooit relatief is en altijd belangrijker dan wat dan ook.
WILBER: Het is cruciaal. Daarom is het zo belangrijk, juist in tijden als deze, om onze spirituele beoefening te blijven doen. We moeten echt een verhoogd bewustzijn ontwikkelen van onze eigen interne mechanismen en van datgene wat ons uit deze onkwalificeerbare, tijdloze bewustzijnsmomenten kan terugwerpen in een verkrampte overlevingsmodus. Dat is echt wezenlijk, omdat er nu een aantal zeer belangrijke overlevingskwesties aan de orde zijn.
COHEN: Absoluut.
WILBER: Het is niet zeker dat we het als soort gaan redden. Er zijn een paar hele, hele echte problemen. En om in staat te zijn de innerlijke dynamiek te zien, te zien hoe je verkrampt in het licht daarvan, is een hele goede leerschool. Het is een kans, zoals in je eigen voorbeeld, om echt te leren hoe je zelf toestaat dat je overlevingsmechanisme je uit je ware zelf en je reeds vrije bewustzijn gooit.
COHEN: Ja, en waarom dit zo belangrijk is, is dat als we van de ladder van ontwikkeling afdalen, niet alleen ons gevoelsleven verkrampt is, maar ook onze perspectieven en waarden. We raken het contact kwijt met dat wat hoger is, dat wat een inherente grootsheid heeft, en we verkrampen tot een zeer angstige levenshouding.
WILBER: Ja.
COHEN: De mensen die in tijden als deze werkelijk in staat zijn om het verschil te maken, zijn vaak degenen die deze reële crises en de gebeurtenissen in de wereld in de ruimste ontwikkelingscontext kunnen plaatsen – het allemaal kunnen zien als deel van een groter proces, dat in zichzelf onverwoestbaar is. Het is cruciaal om het contact met dat perspectief nooit te verliezen, want het probleem is als we het contact daarmee verliezen, we het contact verliezen met het beste deel van onszelf. Dat is de grote uitdaging in dit soort tijden.
WILBER: Daar hebben we al veel van gezien op individueel, cultureel en planetair niveau.
[volgende]
De Goeroe en de Pandit
Vrijheid in de aanblik van de angst
Vrijheid in de aanblik van de angst
1 | 2

