ANDREW COHEN: GOEROE
[Sanskriet]: iemand die lesgeeft in spirituele bevrijding vanuit zijn of haar eigen directe ervaring of realisatie.
Omschrijft zichzelf als “een idealist met revolutionaire neigingen” en wordt door velen herkend als een bepalende stem in het opkomende veld van evolutionaire spiritualiteit. Cohen heeft een originele leer voor de 21e eeuw ontwikkeld, die hij Evolutionaire Verlichting noemt. Hij is tevens oprichter en hoofdredacteur van EnlightenNext magazine.
KEN WILBER: PANDIT
[Sanskriet]: een geleerde, iemand die zich verdiept heeft in spirituele wijsheid en zeer deskundig is op dat gebied.
Omschrijft zichzelf als “een verdediger van de dharma, een intellectuele samurai.” Wilber wordt beschouwd als één van de grootste levende filosofen van deze tijd. Zijn werk biedt een uitvoerige en originele synthese van alle grote psychologische, filosofische en spirituele tradities. Hij heeft vele boeken geschreven waaronder: Een Beknopte Geschiedenis van Alles (Lemniscaat) en Integrale Visie (Ankh Hermes).
De Goeroe en de Pandit
Het tweede gezicht van God
In hun laatste dialoog gaan Andrew Cohen & Ken Wilber in op de vraag waarom een relatie tot de transcendente God de enige manier is om het postmoderne ego op de knieën te krijgen.
Introductie door Andrew Cohen
Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in de betekenis van het woord “God”. Wanneer God de absolute dimensie van het leven vertegenwoordigt en de belangrijkste spirituele werkelijkheid is die wij ons kunnen voorstellen, hoe ziet God er dan uit? Hoe voelt God, hoe wordt God ervaren?
Een oudere Duitse vrouw met een houten been maakte me voor het eerst attent op het bestaan van God. Ik groeide op in New York City, in een niet religieus, redelijk welgesteld joods gezin. Er was in ons gezin niet veel plaats voor de Schepper. Op zekere dag, ik was vijf of zes jaar, zat ik in de vensterbank op de eerste verdieping naar de passerende mensen en het verkeer op Lexington Avenue te kijken, toen de conciërge voorbij strompelde en naast me kwam zitten. Ze wees naar het dak van het twaalf verdiepingen tellende flatgebouw aan de overkant van de straat en zei tot mijn stomme verbazing: “Daar woont God. Hij woont in die hoekflat op de bovenste verdieping en kan alles wat jij doet en zegt, zien en horen!” Ze zei het zo overtuigend, dat ik haar – ten minste enige tijd – geloofde.
Toen ik zestien was ontdekte ik God op een totaal andere manier. Het gebeurde onverwacht toen ik ‘s avonds laat een gesprek had met mijn moeder. Zonder duidelijke aanleiding openden de poorten van bewustzijn zich ineens totaal en ik bevond mij in een grenzeloze ruimte. Het hele universum met alles daarin verscheen als een oneindig bewust wezen. Ik was niet afgescheiden van die oneindige kosmische eenheid. Ik verloor mezelf in eerbied en verbazing over de grootsheid van dat hele kosmische panorama en een fysiek overweldigend gevoel van liefde kwam over me.
Hoewel het beeld snel vervaagde, was die openbaring de katalysator voor mijn spirituele zoektocht, die op mijn dertigste in India culmineerde in een krachtig ontwaken. Dit keer ontmoette ik een heel andere God, de God die in mythes en sagen wordt beschreven. Bij de ontmoeting met mijn laatste leraar werd ik ondergedompeld in het mysterie van Zijn, de spirituele vrijheid die in het diepste van ons Zelf altijd al aanwezig was, is en altijd aan gene zijde van de wereld van tijd en vorm, zal zijn.
Sindsdien heb ik als leraar constant onderzoek gedaan naar deze verschillende ervaringen en uitdrukkingen van het Absolute. Toen mijn goede vriend Ken Wilber een paar jaar geleden begon te schrijven en te spreken over wat hij de drie gezichten van God noemde, vond ik het onderscheid dat hij maakte zowel opwindend als verhelderend. De verschillende dimensies van het Goddelijke, die ik tegen was gekomen, plaatste hij in een eenvoudig en verhelderend kader: God als de grote alleswetende Ander, God als het gehele kosmische Proces en God als ons diepste Zelf. Hij verbond deze drie totaal verschillende expressies van Geest met de drie fundamentele perspectieven waarop de integraaltheorie is gebaseerd: eerste persoon, tweede persoon en derde persoon. Oftewel Ik, Jij/Wij en Het. Geest, of God, kan gezien worden vanuit al deze perspectieven, die (zoals Ken Wilber het uitlegt) corresponderen met de perspectieven die je in alle belangrijke talen terugvindt. Ken Wilber legt uit: “De eerste persoon Geest is het grote IK BEN, de pure en radicale subjectiviteit of waarnemer in elk levend wezen. Geest in de tweede persoon is de grote GIJ, iets dat onmetelijk veel groter is dan wat jij in je stoutste dromen ooit zou kunnen zijn. Het is iets waarvoor overgave, eerbied, onderwerping en dankbaarheid de enige juiste respons zijn. Geest in de derde persoon tenslotte, is het grote levensweb, de Grote Perfectie van al wat leeft en ontstaat.”
Ik blijf dit onderscheid zeer verhelderend vinden. Ik heb gemerkt dat het maar al te vaak voorkomt dat mensen diepe spirituele ervaringen hebben, maar dat ze niet precies weten wat zij ervaren, of wat die ervaring betekent. Wanneer wij spiritueel willen ontwikkelen, hebben we zowel een intellectuele en filosofische kapstok nodig als een ervaringsgericht begrip van wat veel van deze diep spirituele concepten betekenen. Wat is krachtiger en inspirerender voor een oprechte spirituele aspirant, dan dit onderscheid te leren maken, om vervolgens de echte manifestaties van deze verschillende dimensies van Geest in zichzelf te ontdekken?
Dit jaar gaven Ken Wilber en ik een online seminar. We wijdden onze gehele discussie aan deze drie gezichten van God. Voor deze aflevering van de Goeroe & Pandit dialoog heb ik het deel gekozen dat specifiek gaat over het tweede gezicht; God als de grote Ander. Ik ben ervan overtuigd dat alle drie de gezichten van God heel belangrijk zijn, maar ik heb hiervoor gekozen omdat juist dit gezicht voor onze tijd en cultuur essentieel is en maar al te vaak wordt weggewuifd. Ik zal dit in de hierna volgende pagina’s uitleggen.
COHEN: In je boek Integral Spirituality definieerde je de drie gezichten van God, of Geest, in de eerste, tweede en derde persoon. Je merkte op dat eerste persoon uitdrukkingen van God (God als het Zelf, het grote IK BEN) en de derde persoon uitdrukkingen van God (God als het kosmisch proces, of het web van het leven) erg populair zijn in de postmoderne, westerse spirituele cultuur. God als de tweede persoon, God als de Ander, wordt echter snel verworpen als niet meer van deze tijd. Mensen associëren God in de tweede persoon met de oude man met een witte baard op een wolk waar we ons in de westerse Verlichting reeds lang geleden van bevrijdden. Zoals jij en ik al vaker bespraken, heb ik altijd gevonden dat dit gezicht van God een belangrijke rol in de spirituele evolutie van elk individu speelt. Maar totdat Integral Spirituality uitkwam had ik je nooit over deze bijzondere dimensie horen spreken. Dus toen jij er zo helder en overtuigend over schreef, was ik, zoals ik je toen vertelde, opgelucht en ook opgewonden. Speciaal voor degenen die in de postmoderne westerse cultuur zijn opgegroeid, is het tweede gezicht van God beslist essentieel. Zonder dat God als Gij een levende, gevoelde dimensie is in onze eigen ervaring van Geest, zonder die grote Ander waar we ons uiteindelijk aan moeten onderwerpen, vraag ik me af of het voor ons mogelijk is om op een authentieke manier voorbij ego en onze culturele neiging tot extreem narcisme te gaan.
WILBER: Ja, dat is één van de dingen waar ik na de publicatie van Integral Spirituality heel veel positieve feedback op kreeg. Toen ik met verschillende spirituele leraren over dit idee begon te praten gingen hun ogen glanzen. Mensen realiseerden zich dat ze Geest in de tweede persoon hadden weggelaten.
Waar het om gaat bij wat ik de drie gezichten van God noem, of de één-twee-drie van Geest, is dat alle drie de dimensies waar zijn. Er is veel gediscussieerd over welk perspectief van Geest juist zou zijn, maar het punt dat de integrale theorie maakt, is dat al deze perspectieven belangrijk zijn en als onderdeel van een integraal spiritueel pad moeten worden opgenomen. Zij vertegenwoordigen fundamentele dimensies van de werkelijkheid. Bij een integrale benadering wil je je bewust worden van het ware of hogere Zelf en je wilt een bewust begrip krijgen van het Goddelijke levensweb. Je moet je ook bewust worden van die grote Ander waarvoor het ego door de knieën gaat – wat, zoals je reeds zei, een gezicht van God is dat tegenwoordig vaak wordt vergeten.
Geest in de tweede persoon is een uiterst belangrijke dimensie omdat het spiritualiteit in haar relationele vorm is, haar intersubjectieve vorm. Toen Martin Buber over de Ik-Gij relatie sprak, was dat in feite God in de tweede persoon. Bewust worden van dit gezicht van Geest betekent dat je in gesprek bent met God, in directe communicatie met de Godin, van aangezicht tot aangezicht met de Schepper van al wat zich op elk moment voordoet. Het is Geest in een vorm waar je mee kunt communiceren. Ik bedoel hier niet noodzakelijkerwijs de oude man met een witte baard zittend op een hemelse troon, De tweede persoon heeft betrekking op een Wezen met intelligentie.
Vele religies over de hele wereld kennen spiritualiteit in de tweede persoon. Ze beoefenen het. Bij goeroe yoga bijvoorbeeld, is je meester de belichaming van Geest en gebruik je de relatie met je meester om je te leren hoe met God, Godin of Geest te communiceren. Jouw aarzelingen, vermijdingen en jouw moeilijkheden in die relatie worden geanalyseerd en gebruikt om je te helpen beter in contact met de Geest te komen. Geest in de tweede persoon is dus een zeer belangrijke dimensie van spiritualiteit.
COHEN: Daar ben ik het grondig mee eens. Ze zijn alle drie essentieel, maar deze is in het bijzonder belangrijk voor de tijd waarin we nu leven. Je maakte het punt, en ik heb dat ook geobserveerd en waar bevonden, dat iemand een ervaring van het eerste gezicht van God als het absolute subject of bewustzijn kan hebben, maar het ego hoeft daarvoor niet noodzakelijkerwijs door de knieën. En iemand kan zich het derde gezicht van God als het kosmisch evolutionaire proces bewust worden, terwijl het ego nog steeds niet door de knieën hoeft te gaan. Maar wanneer we in het subtiele, of niet zo subtiele, paradoxale dualisme komen, waarin je een “Ik-Gij” relatie met de Geest hebt, heeft het ego plotseling geen andere keus meer dan door de knieën te gaan. Dat maakt duidelijk dat in een echte integrale uiting en begrip van Geest, waarin het tweede gezicht van God niet enorm belangrijk wordt gevonden, het postmoderne narcistische afgescheiden ego de touwtjes stevig in handen houdt. Hoeveel ervaringen van Geest, als absoluut subject of als kosmisch proces, een individu ook heeft gehad. Om een integraal en evolutionair verlicht individu te worden, zal het ego tenminste door één knie moeten, misschien zelfs door twee.
WILBER: Absoluut. Het is voor het ego, het afgescheiden zelf, de zelfverkramping, inderdaad het makkelijkste wat er is; oefeningen doen die betrekking hebben op het eerste perspectief van de IK-BEN-heid en het derde perspectief van het grote levensweb. Omdat ze uiteindelijk geen van beiden bewuste overgave van het ego eisen. Je kunt jezelf aardig voor de gek houden met dit soort oefeningen. Je kunt naar het grote levensweb kijken, terwijl je je stevig vasthoudt aan het ego, en zeggen: “Alles is één groot evolutionair proces en ik ben daar één mee.” Je kunt het allemaal zeggen zonder het ego fundamenteel aan het Goddelijke te onderwerpen. Hetzelfde kan gebeuren bij het oefenen van waarnemen, innerlijke meditatie, terwijl je vraagt “Wie ben Ik?” en ga zo maar door. Dat laat het ego meestal op zijn plek. Maar wanneer je je oriënteert op Geest in de tweede persoon – op het aspect van Geest die voor dit afgescheiden zelf de Ander is – breekt dat het ego werkelijk af. Dat is wat het dwingt tot de onderwerping van zijn eigen zelfverkrampte manieren. Alle drie de perspectieven maken deel uit van de integrale benadering en ik weet dat jij dat ook zo ziet. Ik heb gemerkt dat, sinds ik dat begrip introduceerde, er met name veel boeddhisten waren die zich schuldig voelden en zeiden: “Ik oefende en oefende, maar het ego bleef intact omdat ik werkelijk niet dacht dat er iets was dat fundamenteel groter was dan mijn eigen ego.”
[volgende]
[Sanskriet]: iemand die lesgeeft in spirituele bevrijding vanuit zijn of haar eigen directe ervaring of realisatie.
Omschrijft zichzelf als “een idealist met revolutionaire neigingen” en wordt door velen herkend als een bepalende stem in het opkomende veld van evolutionaire spiritualiteit. Cohen heeft een originele leer voor de 21e eeuw ontwikkeld, die hij Evolutionaire Verlichting noemt. Hij is tevens oprichter en hoofdredacteur van EnlightenNext magazine.
KEN WILBER: PANDIT
[Sanskriet]: een geleerde, iemand die zich verdiept heeft in spirituele wijsheid en zeer deskundig is op dat gebied.
Omschrijft zichzelf als “een verdediger van de dharma, een intellectuele samurai.” Wilber wordt beschouwd als één van de grootste levende filosofen van deze tijd. Zijn werk biedt een uitvoerige en originele synthese van alle grote psychologische, filosofische en spirituele tradities. Hij heeft vele boeken geschreven waaronder: Een Beknopte Geschiedenis van Alles (Lemniscaat) en Integrale Visie (Ankh Hermes).
De Goeroe en de Pandit
Het tweede gezicht van God
In hun laatste dialoog gaan Andrew Cohen & Ken Wilber in op de vraag waarom een relatie tot de transcendente God de enige manier is om het postmoderne ego op de knieën te krijgen.
Introductie door Andrew Cohen
Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in de betekenis van het woord “God”. Wanneer God de absolute dimensie van het leven vertegenwoordigt en de belangrijkste spirituele werkelijkheid is die wij ons kunnen voorstellen, hoe ziet God er dan uit? Hoe voelt God, hoe wordt God ervaren?
Een oudere Duitse vrouw met een houten been maakte me voor het eerst attent op het bestaan van God. Ik groeide op in New York City, in een niet religieus, redelijk welgesteld joods gezin. Er was in ons gezin niet veel plaats voor de Schepper. Op zekere dag, ik was vijf of zes jaar, zat ik in de vensterbank op de eerste verdieping naar de passerende mensen en het verkeer op Lexington Avenue te kijken, toen de conciërge voorbij strompelde en naast me kwam zitten. Ze wees naar het dak van het twaalf verdiepingen tellende flatgebouw aan de overkant van de straat en zei tot mijn stomme verbazing: “Daar woont God. Hij woont in die hoekflat op de bovenste verdieping en kan alles wat jij doet en zegt, zien en horen!” Ze zei het zo overtuigend, dat ik haar – ten minste enige tijd – geloofde.
Toen ik zestien was ontdekte ik God op een totaal andere manier. Het gebeurde onverwacht toen ik ‘s avonds laat een gesprek had met mijn moeder. Zonder duidelijke aanleiding openden de poorten van bewustzijn zich ineens totaal en ik bevond mij in een grenzeloze ruimte. Het hele universum met alles daarin verscheen als een oneindig bewust wezen. Ik was niet afgescheiden van die oneindige kosmische eenheid. Ik verloor mezelf in eerbied en verbazing over de grootsheid van dat hele kosmische panorama en een fysiek overweldigend gevoel van liefde kwam over me.
Hoewel het beeld snel vervaagde, was die openbaring de katalysator voor mijn spirituele zoektocht, die op mijn dertigste in India culmineerde in een krachtig ontwaken. Dit keer ontmoette ik een heel andere God, de God die in mythes en sagen wordt beschreven. Bij de ontmoeting met mijn laatste leraar werd ik ondergedompeld in het mysterie van Zijn, de spirituele vrijheid die in het diepste van ons Zelf altijd al aanwezig was, is en altijd aan gene zijde van de wereld van tijd en vorm, zal zijn.
Sindsdien heb ik als leraar constant onderzoek gedaan naar deze verschillende ervaringen en uitdrukkingen van het Absolute. Toen mijn goede vriend Ken Wilber een paar jaar geleden begon te schrijven en te spreken over wat hij de drie gezichten van God noemde, vond ik het onderscheid dat hij maakte zowel opwindend als verhelderend. De verschillende dimensies van het Goddelijke, die ik tegen was gekomen, plaatste hij in een eenvoudig en verhelderend kader: God als de grote alleswetende Ander, God als het gehele kosmische Proces en God als ons diepste Zelf. Hij verbond deze drie totaal verschillende expressies van Geest met de drie fundamentele perspectieven waarop de integraaltheorie is gebaseerd: eerste persoon, tweede persoon en derde persoon. Oftewel Ik, Jij/Wij en Het. Geest, of God, kan gezien worden vanuit al deze perspectieven, die (zoals Ken Wilber het uitlegt) corresponderen met de perspectieven die je in alle belangrijke talen terugvindt. Ken Wilber legt uit: “De eerste persoon Geest is het grote IK BEN, de pure en radicale subjectiviteit of waarnemer in elk levend wezen. Geest in de tweede persoon is de grote GIJ, iets dat onmetelijk veel groter is dan wat jij in je stoutste dromen ooit zou kunnen zijn. Het is iets waarvoor overgave, eerbied, onderwerping en dankbaarheid de enige juiste respons zijn. Geest in de derde persoon tenslotte, is het grote levensweb, de Grote Perfectie van al wat leeft en ontstaat.”
Ik blijf dit onderscheid zeer verhelderend vinden. Ik heb gemerkt dat het maar al te vaak voorkomt dat mensen diepe spirituele ervaringen hebben, maar dat ze niet precies weten wat zij ervaren, of wat die ervaring betekent. Wanneer wij spiritueel willen ontwikkelen, hebben we zowel een intellectuele en filosofische kapstok nodig als een ervaringsgericht begrip van wat veel van deze diep spirituele concepten betekenen. Wat is krachtiger en inspirerender voor een oprechte spirituele aspirant, dan dit onderscheid te leren maken, om vervolgens de echte manifestaties van deze verschillende dimensies van Geest in zichzelf te ontdekken?
Dit jaar gaven Ken Wilber en ik een online seminar. We wijdden onze gehele discussie aan deze drie gezichten van God. Voor deze aflevering van de Goeroe & Pandit dialoog heb ik het deel gekozen dat specifiek gaat over het tweede gezicht; God als de grote Ander. Ik ben ervan overtuigd dat alle drie de gezichten van God heel belangrijk zijn, maar ik heb hiervoor gekozen omdat juist dit gezicht voor onze tijd en cultuur essentieel is en maar al te vaak wordt weggewuifd. Ik zal dit in de hierna volgende pagina’s uitleggen.
COHEN: In je boek Integral Spirituality definieerde je de drie gezichten van God, of Geest, in de eerste, tweede en derde persoon. Je merkte op dat eerste persoon uitdrukkingen van God (God als het Zelf, het grote IK BEN) en de derde persoon uitdrukkingen van God (God als het kosmisch proces, of het web van het leven) erg populair zijn in de postmoderne, westerse spirituele cultuur. God als de tweede persoon, God als de Ander, wordt echter snel verworpen als niet meer van deze tijd. Mensen associëren God in de tweede persoon met de oude man met een witte baard op een wolk waar we ons in de westerse Verlichting reeds lang geleden van bevrijdden. Zoals jij en ik al vaker bespraken, heb ik altijd gevonden dat dit gezicht van God een belangrijke rol in de spirituele evolutie van elk individu speelt. Maar totdat Integral Spirituality uitkwam had ik je nooit over deze bijzondere dimensie horen spreken. Dus toen jij er zo helder en overtuigend over schreef, was ik, zoals ik je toen vertelde, opgelucht en ook opgewonden. Speciaal voor degenen die in de postmoderne westerse cultuur zijn opgegroeid, is het tweede gezicht van God beslist essentieel. Zonder dat God als Gij een levende, gevoelde dimensie is in onze eigen ervaring van Geest, zonder die grote Ander waar we ons uiteindelijk aan moeten onderwerpen, vraag ik me af of het voor ons mogelijk is om op een authentieke manier voorbij ego en onze culturele neiging tot extreem narcisme te gaan.
WILBER: Ja, dat is één van de dingen waar ik na de publicatie van Integral Spirituality heel veel positieve feedback op kreeg. Toen ik met verschillende spirituele leraren over dit idee begon te praten gingen hun ogen glanzen. Mensen realiseerden zich dat ze Geest in de tweede persoon hadden weggelaten.
Waar het om gaat bij wat ik de drie gezichten van God noem, of de één-twee-drie van Geest, is dat alle drie de dimensies waar zijn. Er is veel gediscussieerd over welk perspectief van Geest juist zou zijn, maar het punt dat de integrale theorie maakt, is dat al deze perspectieven belangrijk zijn en als onderdeel van een integraal spiritueel pad moeten worden opgenomen. Zij vertegenwoordigen fundamentele dimensies van de werkelijkheid. Bij een integrale benadering wil je je bewust worden van het ware of hogere Zelf en je wilt een bewust begrip krijgen van het Goddelijke levensweb. Je moet je ook bewust worden van die grote Ander waarvoor het ego door de knieën gaat – wat, zoals je reeds zei, een gezicht van God is dat tegenwoordig vaak wordt vergeten.
Geest in de tweede persoon is een uiterst belangrijke dimensie omdat het spiritualiteit in haar relationele vorm is, haar intersubjectieve vorm. Toen Martin Buber over de Ik-Gij relatie sprak, was dat in feite God in de tweede persoon. Bewust worden van dit gezicht van Geest betekent dat je in gesprek bent met God, in directe communicatie met de Godin, van aangezicht tot aangezicht met de Schepper van al wat zich op elk moment voordoet. Het is Geest in een vorm waar je mee kunt communiceren. Ik bedoel hier niet noodzakelijkerwijs de oude man met een witte baard zittend op een hemelse troon, De tweede persoon heeft betrekking op een Wezen met intelligentie.
Vele religies over de hele wereld kennen spiritualiteit in de tweede persoon. Ze beoefenen het. Bij goeroe yoga bijvoorbeeld, is je meester de belichaming van Geest en gebruik je de relatie met je meester om je te leren hoe met God, Godin of Geest te communiceren. Jouw aarzelingen, vermijdingen en jouw moeilijkheden in die relatie worden geanalyseerd en gebruikt om je te helpen beter in contact met de Geest te komen. Geest in de tweede persoon is dus een zeer belangrijke dimensie van spiritualiteit.
COHEN: Daar ben ik het grondig mee eens. Ze zijn alle drie essentieel, maar deze is in het bijzonder belangrijk voor de tijd waarin we nu leven. Je maakte het punt, en ik heb dat ook geobserveerd en waar bevonden, dat iemand een ervaring van het eerste gezicht van God als het absolute subject of bewustzijn kan hebben, maar het ego hoeft daarvoor niet noodzakelijkerwijs door de knieën. En iemand kan zich het derde gezicht van God als het kosmisch evolutionaire proces bewust worden, terwijl het ego nog steeds niet door de knieën hoeft te gaan. Maar wanneer we in het subtiele, of niet zo subtiele, paradoxale dualisme komen, waarin je een “Ik-Gij” relatie met de Geest hebt, heeft het ego plotseling geen andere keus meer dan door de knieën te gaan. Dat maakt duidelijk dat in een echte integrale uiting en begrip van Geest, waarin het tweede gezicht van God niet enorm belangrijk wordt gevonden, het postmoderne narcistische afgescheiden ego de touwtjes stevig in handen houdt. Hoeveel ervaringen van Geest, als absoluut subject of als kosmisch proces, een individu ook heeft gehad. Om een integraal en evolutionair verlicht individu te worden, zal het ego tenminste door één knie moeten, misschien zelfs door twee.
WILBER: Absoluut. Het is voor het ego, het afgescheiden zelf, de zelfverkramping, inderdaad het makkelijkste wat er is; oefeningen doen die betrekking hebben op het eerste perspectief van de IK-BEN-heid en het derde perspectief van het grote levensweb. Omdat ze uiteindelijk geen van beiden bewuste overgave van het ego eisen. Je kunt jezelf aardig voor de gek houden met dit soort oefeningen. Je kunt naar het grote levensweb kijken, terwijl je je stevig vasthoudt aan het ego, en zeggen: “Alles is één groot evolutionair proces en ik ben daar één mee.” Je kunt het allemaal zeggen zonder het ego fundamenteel aan het Goddelijke te onderwerpen. Hetzelfde kan gebeuren bij het oefenen van waarnemen, innerlijke meditatie, terwijl je vraagt “Wie ben Ik?” en ga zo maar door. Dat laat het ego meestal op zijn plek. Maar wanneer je je oriënteert op Geest in de tweede persoon – op het aspect van Geest die voor dit afgescheiden zelf de Ander is – breekt dat het ego werkelijk af. Dat is wat het dwingt tot de onderwerping van zijn eigen zelfverkrampte manieren. Alle drie de perspectieven maken deel uit van de integrale benadering en ik weet dat jij dat ook zo ziet. Ik heb gemerkt dat, sinds ik dat begrip introduceerde, er met name veel boeddhisten waren die zich schuldig voelden en zeiden: “Ik oefende en oefende, maar het ego bleef intact omdat ik werkelijk niet dacht dat er iets was dat fundamenteel groter was dan mijn eigen ego.”
[volgende]
De Goeroe en de Pandit
Het tweede gezicht van God
Het tweede gezicht van God
1 | 2

