Introductie Vimala Thakar

Vimala Thakar, de vrouwelijke Indiase spiritueel leraar, aan wie we in ons herfst/winter nummer 1996 van What is Enlightenment? (dat is de voormalige naam van EnlightenNext magazine) aandacht hebben besteed, is in Engeland en Amerika het meest bekend als een opvallend onafhankelijke en indrukwekkende lerares in spiritueel ontwaken. Wij denken inderdaad dat ze misschien wel de meest verlichte vrouw van deze tijd was. Maar wat velen waarschijnlijk niet weten is dat Thakar ook een gepassioneerd, toegewijd sociaal activiste was. Ze werd zeer beïnvloed door het werk van zowel J Krishnamurti als Mahatma Gandhi. Ze vertegenwoordigde de essentie van verlicht bewustzijn èn sociale verantwoordelijkheid – en bracht naadloos deze twee, doorgaans afwijkende, richtingen van persoonlijk ontwaken en sociale voorspraak samen in de onvermoeibare stroomversnelling van haar leven. En evenals haar mentoren, was ze een absolute revolutionair in beide richtingen. Haar leven en haar filosofie brandden met het vuur van de innerlijke revolutie van de geest, waarvan ze voelde dat het de enige werkelijke grondslag is voor een revolutie van de samenleving.

Thakar, geboren in een Brahmaans middenklasse gezin in centraal India, had al vroeg een passie voor het spirituele leven. “Toen ik vijf jaar was werd ik me ervan bewust dat er ‘iets meer’ moest zijn,” scheef ze, in haar beschrijving van hoe ze van huis wegliep het bos in, op zoek naar God, Hem smekend zich te laten zien. Haar vader, die radicaal onafhankelijk en vrijdenkend was, moedigde haar spirituele interesse aan, ondersteunde haar bij het bezoeken van Ashrams, bij het bestuderen van geschriften en het experimenteren met spirituele beoefening. Ze zette gedurende haar hele jeugd en jonge volwassenheid serieus haar spirituele zoektocht voort en toen ze negentien was ging ze op een intensieve retraite in een grot in de Himalaya. Haar vele ongewone ervaringen uit die vroege jaren hebben een episch aureool als in de verhalen van de Mahabharatan.

Als jonge vrouw raakte Thakar betrokken bij de Vinola Bhave Land Gift Movement.
Bhave, die de spirituele opvolger van Gandhi was en zelf als een heilige werd beschouwd, ging verder met Ghandi’s missie en visioen van een nieuwe sociale orde. En in de jaren dat hij nauw samenwerkte met Thakar, bracht Bhave bij haar de passie van Gandhi over voor “een radicale verandering in de structuur van de menselijke samenleving, alsmede een radicale revolutie in de structuur van de menselijke geest”, zoals ze het zelf beschreef. Onvermoeibaar werkte Thakar in de Land Gift Movement – een programma dat land van de rijken veilig stelde om het opnieuw te distribueren aan landarbeiders zonder land – terwijl ze acht jaar lang van dorp tot dorp, in de lengte en breedte door India trok.

In 1960 werd Thakar door een vriend uitgenodigd om in Varanasi een serie lezingen bij te wonen van een spiritueel leraar. De leraar was de legendarische J. Krishnamurti, die meteen de ongewone jonge vrouw opmerkte die daar achter in de zaal zo vol aandacht zat te luisteren. Hij nodigde haar uit voor een ontmoeting. Hun gesprekken en privé interviews brachten een ware omwenteling teweeg in het bewustzijn van Thakar, het deed haar in een diepe stilte belanden. “Iets van binnen is vrij gekomen, het kan geen begrenzing meer verdragen,” schreef ze. “De invasie van een nieuw bewustzijn dat onweerstaanbaar en oncontroleerbaar is… heeft alles weggevaagd.” Binnen een jaar had Krishnamurti niet alleen haar spirituele realisatie bevestigd, maar smeekte hij haar zelfs dringend om les te gaan geven; “Waarom barst je niet los? Waarom leg je geen bommen onder al die ouwe mensen die de verkeerde richting volgen? Waarom ga je niet door heel India reizen? Is er iemand die dat doet? Als er ook maar een half dozijn mensen dat deed, zou ik geen woord tegen je zeggen. Er is geen tijd te verliezen… Ga – schreeuw het van de daken, ‘jullie zitten op het verkeerde spoor! Dat is niet de weg naar vrede!’… Ga en zet ze in vuur en vlam! Niemand doet het. Zelfs niet één persoon… Waar wacht je nog op?”

Op dit punt aangekomen, zei ze, “vatte de brandende as vlam,” en verliet ze The Land Gift Movement en de sfeer van sociaal werk om aan haar rol van spiritueel leraar te beginnen, de wereld rond reizend om lezingen te geven en meditatiekampen te houden. In een open brief aan haar vrienden en vroegere collega’s, verklaarde zij de reden waarom ze nu haar aandacht uitsluitend aan de innerlijke revolutie besteedde: “De intensiteit en diepte van de ervaring waar ik doorheen ga, valt met geen woord te beschrijven. Alles is veranderd. Het is alsof ik opnieuw geboren ben!… Mijn betrokkenheid bij de beweging is voorbij. Vandaag trof het me om te zien dat het ware probleem het innerlijke probleem van volledige vrijheid is!…
De enige verlossing voor de mensheid lijkt een religieuze revolutie van het individu te zijn… Omdat de bron van alle kwaad de inhoud van ons bewustzijn blijkt te zijn, zullen we er wat aan moeten doen. Alles wat eeuwenlang op onze geest is overgedragen zal volkomen opzij gezet moeten worden. Als we het nonchalant aanpakken, of er helemaal niet aan willen beginnen, zal het niet gemakkelijk zijn de stuwkracht van ‘een miljoen keer gisteren’ te overkomen of te verwerpen.”

In de daaropvolgende 22 jaar reisde Thakar rond en gaf ze les in meer dan twintig landen en werden er talloze boeken met haar onderricht in twaalf talen gepubliceerd. Alhoewel ze altijd scherp afgestemd bleef op de politieke, sociale en milieu bewegingen van over de gehele wereld, bleven haar lezingen voor het grootste gedeelte gericht op de innerlijke revolutie van de geest. Echter in 1979 ontstak opnieuw het vuur in Thakar voor haar sociale pleidooi en bekorte ze drie jaar lang haar lezingen, die ze over de hele wereld hield. Ze bleef in India en reisde opnieuw van dorp tot dorp om met mensen te praten over lokale problemen en centra op te richten om dorpsbewoners les te geven in de op landbouw gerichte industrieën, sanitaire aangelegenheden, lokaal zelfbestuur en actief democratisch burgerschap. Na deze onderbreking ging ze opnieuw op reis naar het buitenland, maar nu omvatten haar lezingen volledig zowel haar passie voor de innerlijke als de uiterlijke revolutie. Toen Jack Kornfield, meditatieleraar in Californië, haar vroeg waarom zij terug was gekeerd naar ontwikkelingswerk en het helpen van de hongerigen en de daklozen, antwoordde ze, “Meneer, ik houd van het leven en als levensliefhebber kan ik me niet afzijdig houden van welke activiteit van het leven dan ook. Als mensen honger hebben naar voedsel, is mijn antwoord te helpen ze te voeden. Als mensen honger hebben naar de waarheid, is mijn antwoord ze te helpen die te ontdekken. Ik maak geen verschil tussen mensen helpen die honger lijden en geen waardigheid hebben in hun fysieke leven en mensen helpen die angstig zijn en gesloten en geen waardigheid hebben in hun geestelijk leven. Ik houd van het hele leven.”

“Spiritualiteit is het zaad,” zegt deze verlichte activiste, “en sociale actie is de vrucht die daaruit geboren wordt.” De woorden van Thakar hebben de autoriteit en authenticiteit die voortkomen uit een leven dat met haar hele hart en ziel is toegewijd aan de totale revolutie van de menselijke geest.

Artikel

Ontwaken tot totale revolutie

Doorgaan met de status quo in een tijd waarin het overleven van het menselijk ras in geding is staat gelijk aan samenwerken met gekte en bijdragen aan chaos. Als duisternis de geest van de mens verslindt, is het dringend noodzakelijk dat mensen die hierom geven, wakker worden en opstaan om een totale revolutie te ontketenen.

De vernuftigheid van de menselijke geest heeft tot de complexe, afschuwwekkende en allesomvattende crisis geleid waar we nu mee te maken hebben. De bekende oplossingen, gebaseerd op een beperkte kijk op wat een menselijk wezen is, missen voortdurend hun doel, zijn bedroevend ontoereikend. Toch stoppen we grote bedragen in die versleten oplossingen en we hebben het gevoel dat, als we maar een schaal bereiken die groot genoeg is, de oude oplossingen de nieuwe uitdagingen het hoofd zullen kunnen bieden. Hebben we de moed om mislukkingen als mislukkingen te zien en ze achter ons te laten? Hebben we de vitaliteit om verder te gaan dan onze eenzijdige, vernauwde kijk op het menselijk leven en onszelf te openen voor totaalheid en heelheid? Dit moment schreeuwt om voorbij de fragmentatie te gaan, te ontwaken naar een totale revolutie.

Deze oproep is niet gericht op de revolutionaire formules van het verleden; die hebben gefaald – waarom ze dan weer meeslepen in een nieuw jasje? De uitdaging van dit moment is een totaal nieuwe, vitale revolutie te ontketenen die de totaliteit van het leven bestrijkt. Nooit eerder hebben we het aangedurfd het hele leven in al zijn ontzagwekkende schoonheid te omarmen; we waren tevreden met het bestendigen van de fragmentatie, hoekjes verzinnend waar we ons mentaal zeker en emotioneel veilig voelden. En we zouden onze veilige hoekjes en gaatjes kunnen hebben, ware het niet dat we een verschrikkelijke puinhoop maakten in onze poging de kosmische heelheid op te splitsen in hapklare brokjes. We hebben een lelijke chaos gecreëerd en we proberen de gecompliceerde situatie op te lossen met oppervlakkig lapwerk.

Met de littekens van onze mislukkingen in het verleden, die ons bestaan ontsieren, en de angst voor de toekomst, die zwaar over ons heen hangt, kunnen we nu niet langer doorgaan met het gevaarlijke fragmentatiespel. We kunnen niet langer ontkomen aan het feit dat we allen verbonden en gelijk in heelheid zijn. Wetenschap en technologie hebben iedereen verbonden in een intieme relatie met iedereen. We zijn als mensen werkelijk een wereldfamilie. Toch hebben we als familie niet geleerd hoe we samen in vrede moeten leven, te leven zonder geweld en uitbuiting. Aan het begin van de 20
e eeuw schreef Bertrand Russell: “De mens weet hoe als een vogel in de lucht te vliegen, hij weet hoe als een vis in het water te zwemmen, maar hoe met andere menselijke wezens samen te leven weet hij niet.”

Binnendringen tot de wortels van het conflict

Zelfs al is het maar de vraag of we het zullen overleven, dan nog blijven we op een oppervlakkige, emotionele en sentimentele wijze naar de crisis kijken. We hebben subtiel geprobeerd ons te vrijwaren van de diepe verantwoordelijkheid voor de toestand van de menselijke familie. Wij zien onszelf, of de kleine groepjes waar we ons mee identificeren, als werkelijk oprecht en vredelievend en we schrijven het aan buitenstaanders toe, aan de ander, dat ze op macht beluste schurken zijn, verantwoordelijk voor de agressie en oorlogen.

Hoe kunnen we toch, als leden van samenlevingen die op oorlog zijn voorbereid, onszelf daar buiten plaatsen en onszelf zien als vredelievend en de ander als gewelddadig? Toch hebben we de neiging dat te doen. We zien de afslachtingen en oorlogen die in verschillende landen plaatsvinden op televisie, of horen ervan op de radio, en we voelen hoe stompzinnig het is om oorlog te voeren en we vragen ons af waarom politici en staatslieden niet de wijsheid hebben om al die nonsens te stoppen. Dit is waarschijnlijk de reactie van iedere gevoelige burger op de wereld. Maar wie voeren er oorlog? Waar zitten de wortels van oorlog? Zitten die in het hoofd van een handje vol individuen die hun respectievelijke landen regeren? Of zitten de wortels van oorlog in de systemen die we hebben gecreëerd en waar we al eeuwen naar leven – de economische, politieke, administratieve, industriële systemen? Als we niet romantisch en sentimenteel zijn en ons niet tevreden voelen door alleen maar emotioneel te reageren – door alleen maar uit te drukken hoe slecht oorlogen toch wel zijn – maar als we dieper zouden gaan, zouden we dan niet de wortels van oorlog vinden in de door ons geaccepteerde systemen en structuren?

We zullen ontdekken dat er systemen en structuren zijn die onvermijdelijk tot agressie, exploitatie en oorlog leiden. We hebben agressie als manier van leven geaccepteerd. We creëren en verschuilen onszelf in structuren die op oorlog uitlopen. De structuren behouden en oorlog vermijden is niet mogelijk. Jij en ik moeten ons realiseren hoe verantwoordelijk we zijn, hoe we samenwerken met de systemen en daardoor participeren in geweld en oorlog. En vervolgens moeten we ons beginnen af te vragen of we kunnen stoppen met het samenwerken met de systemen, of we kunnen stoppen met deelname aan oorlogen en voor onszelf kunnen zoeken naar alternatieve manieren van leven.

We moeten naar de wortels van het probleem, naar de kern van de menselijke psyche, en zien dat collectieve sociale actie begint met actie in het individuele leven. We kunnen het individuele en het maatschappelijke niet los zien van elkaar. Wij bevatten allemaal de samenleving als we de waardestructuren van de gemeenschap accepteren, als we de prioriteiten accepteren die de regering, de staat en de politieke partijen voor ons hebben uitgewerkt. Wij zijn, door de patronen te herhalen die voor ons zijn gemaakt, een uitdrukking van het collectieve en we voelen ons er gelukkig bij, want we hebben fysieke en economische veiligheid, comfort, vrije tijd en amusement gekregen. We zijn getraind om geobsedeerd te zijn met het idee veiligheid; het idee van morgen achtervolgt ons veel meer dan de verantwoordelijkheid voor vandaag.

Voorbijgaan aan fragmentatie

Als er bereidheid is om deze onplezierige feiten onder ogen te zien, en er bij te blijven, kunnen we verder gaan. Als we zelfmedelijden krijgen en depressief worden, dan kan negativiteit leiden tot cynisme en bitterheid over anderen en het systeem. De vrije loop geven aan zo’n negatieve energie helpt niet om de problemen op te lossen. We moeten blijven bij de feiten zoals ze zijn. Of we het leuk vinden of niet, we zijn verantwoordelijke deelnemers aan wat er in de wereld gebeurt.

Als we geweld in ons hart toelaten, zullen we meewerken met iedereen die oorlog wil voeren. We zijn deelnemers, want psychologisch gezien keuren we geweld goed. Als we echt willen dat er een eind komt aan oorlog moeten we diep in de menselijke psyche zoeken, waar de wortels van geweld zich verschansen. Als we de wortels van geweld, ambitie en jaloezie niet vinden, zullen we geen uitweg uit de chaos vinden. Als het niet lukt de wortels te vernietigen, zijn we gedoemd tot het eindeloos herhalen van de mislukkingen uit het verleden. We moeten inzien dat het innerlijke en uiterlijke op delicate wijze zijn verweven binnen één geheel en dat we het eén niet succesvol kunnen aanpakken zonder het ander. De structuren en systemen conditioneren het innerlijke bewustzijn en de conditionering van het bewustzijn creëert de structuren en systemen. We kunnen niet één deel van de relatie bewerken, het mooi en helder maken en de rest negeren. De macht van de menselijke sociale conditionering zit stevig in het zadel; het wil niet worden genegeerd.

Vanuit de traditie zijn er twee verschillende benaderingen. De ene benadering brengt ons naar de sociale, economische en politieke problemen en zegt, “Kijk, zolang de economische en politieke problemen niet zijn opgelost, zal er geen geluk en vrede zijn, geen einde aan het lijden. Het is de verantwoordelijkheid van ieder individu om zich te verbinden met het oplossen van die problemen volgens een bepaalde ideologie. Naar binnen keren, naar het gebrek aan balans en de onzuiverheden van het innerlijk leven, is niet zo belangrijk, dat is van later zorg, want dat is een op zichzelf gerichte, egoïstische bezigheid. De verantwoordelijkheid is jegens de gemeenschap, het menselijk ras, houd al die problemen van meditatie en stilte, innerlijke beschaving, transformatie voor innerlijke revolutie dus weg – houd dat alles uit de buurt. Eerst moet hiernaar worden gekeken.” En de andere benadering zegt, “Politieke en economische problemen kunnen niet worden opgelost tenzij het individu totaal is getransformeerd. Draag zorg voor je psychologische verandering, de innerlijke, radicale revolutie. Politieke, economische en sociale problemen kunnen wachten.”

Mensen volgden in het algemeen één van deze twee conventionele benaderingen: religieuze groepen richtten zich op innerlijke groei en innerlijke revolutie, en sociale activisten hielden zich bezig met sociale dienstbaarheid. Traditioneel hebben we daar een grens gelegd en onderzoek buiten ons eigen territorium was slechts oppervlakkig. De sociale activisten hebben hun territorium afgebakend, het uiterlijk leven – sociale economie, politieke structuren – en ook de spirituele mensen hebben hun terrein afgebakend – de innerlijke wereld van hogere dimensies van bewustzijn, transcendentale ervaringen en meditatie. Sinds mensenheugenis hebben die twee groepen elkaar geminacht. De sociale activisten beschouwen zelfonderzoek als persoonlijke genotzucht en de spirituele onderzoekers beschouwen de activisten als zijnde gevangen in een race van activiteiten, waarbij de essentie van het leven ontkend wordt. Traditionele spirituele leiders hebben het leven verdeeld in een wereldlijk en een spiritueel leven en hielden vol dat het leven een illusie is. Ze zeiden, “De wereld is maya, het is een illusie. Elke actie zou in relatie tot de absolute waarheid moeten staan en niet in relatie tot maya.” Zodoende hoeft een religieus persoon, 10 uur per dag in meditatie zittend, zich niets aan te trekken van de tirannie, uitbuiting of wreedheden om hem heen. Hij zou zeggen, “Dat is niet mijn verantwoordelijkheid. Het is de verantwoordelijkheid van God. God heeft de wereld geschapen. Hij of Zij zal er wel voor zorgen.”

Er zijn oppervlakkige vermengingen geweest, waar spirituele groepen sociaal werk hebben opgepakt en sociale activisten zich bij religieuze organisaties hebben gevoegd, maar een werkelijke integratie van sociale actie en spiritualiteit op een diep, vernieuwend niveau is nog niet echt voorgekomen. De geschiedenis van de ontwikkeling van de mens was fragmentarisch en de meerderheid van de mensen was tevreden met die fragmentatie. Het heeft de goedkeuring van de samenleving. Ieder onderdeel van de samenleving heeft zijn eigen serie waarden. Onder veel activisten zijn boosheid, haat, geweld, bitterheden en cynisme geaccepteerde normen, alhoewel de effectiviteit van deze motivatie voor een vreedzaam leven serieus in twijfel kan worden getrokken. En de onverschilligheid voor de behoeften van de armen werd generaties lang schrikbarend geaccepteerd door spirituele mensen die een hoger bewustzijn van veel grotere betekenis achtten dan de ellende van miljoenen schepsels die van de honger omkwamen.

Aan het begin van de 21
e eeuw wacht ons een nieuwe uitdaging: om voorbij fragmentatie te gaan, voorbij de onverenigbare waarden waar zelfs serieus denkende mensen aan vasthouden, om voorbij het eigen gelijk van de geaccepteerde benadering te groeien en open te staan voor totaal leven en totale revolutie. Om in een tijd als deze een spiritueel onderzoeker te worden zonder sociaal bewustzijn is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven, en sociaal activist zijn zonder wetenschappelijk begrip van de innerlijke werking van de geest is zinloos. Geen van beide benaderingen heeft op zichzelf enig succes van betekenis gehad. Het is nu niet meer de vraag of een onderzoeker moeite zal moeten doen sociaal bewust te worden, of dat een activist moet worden overtuigd van de morele crisis in de psyche van de mens, van het belang van aandacht voor het innerlijk leven. De uitdaging die ons wacht is om als mens veel dieper te gaan, oppervlakkige vooroordelen en voorkeuren op te geven, begrip tot op wereldschaal uit te breiden, de totaliteit van het leven te integreren en ons bewust te worden van de heelheid waar we een manifestatie van zijn.

Naarmate ons begrip zich verdiept,
verdwijnt de willekeurige afscheiding tussen innerlijk en uiterlijk. De essentie van het leven, de schoonheid en grootsheid van het leven is zijn heelheid. In werkelijkheid kan het leven niet verdeeld worden in innerlijk en uiterlijk, het individuele en het sociale. We mogen dan willekeurig verdelingen maken voor het gemak van het collectieve leven, voor het analyseren, maar in essentie heeft een verdeling tussen innerlijk en uiterlijk geen realiteit, geen betekenis.

We hebben de waterdichte opdeling in vakjes in de maatschappij, de verbrokkeling van leven, als feitelijk en noodzakelijk geaccepteerd. We leven in relatie tot deze fragmenten en aanvaarden de geïnternaliseerde verdeling – de verschillende rollen die we spelen, de tegenstrijdige waardesystemen, het tegenover elkaar stellen van motieven en prioriteiten – als de werkelijkheid. Innerlijk staan we op gespannen voet met onszelf; we geloven dat het innerlijke fundamenteel anders is dan het uiterlijke, dat wat ik ben afgescheiden is van wat ik niet ben, dat verdeling tussen mensen en naties nodig is, en toch vragen we ons af waarom er in de wereld spanningen, conflicten, oorlogen zijn. De conflicten beginnen met een geest die gelooft in fragmentatie en de heelheid niet kent.

Een holistische benadering is een erkenning van de homogeniteit en heelheid van het leven. Het leven is niet opgedeeld in stukjes; het is niet verdeeld. Het kan niet verdeeld zijn in geestelijk en stoffelijk, individueel en collectief. We kunnen geen hokjes maken in het leven – politiek, economisch, sociaal, milieu. Wat we ook doen of niet doen, het heeft invloed op en raakt de heelheid, de homogeniteit. We zijn voor altijd organisch verwant aan de heelheid. We zijn de heelheid en bewegen ons binnen de heelheid. Het bewust zijn van eenheid weigert verdeeldheid te erkennen. De holistische benadering ontkent dus alle verbrokkeling uit naam van religie of spiritualiteit, alle verzuiling uit naam van sociale wetenschappen, alle verdeeldheid uit naam van de politiek, alle afscheiding uit naam van een ideologie. Als we de waarheid begrijpen, houden we niet vast aan het onware. Zodra we het onechte als onecht herkennen, geven we het niet langer enige waarde. Wij ontkennen het in het dagelijks leven. Een psychisch en psychologisch ontkennen van alle manieren van fragmentatie is het begin van positieve sociale actie.

Als het gewaarzijn van de totaliteit, van heelheid, tot ons hart begint door te dringen en als we er bewust van zijn dat alle wezens met elkaar verwant zijn, dan is het niet langer mogelijk om één fragment exclusief te benaderen en er op vast te lopen. Zodra er bewustzijn van heelheid is, wordt elk moment heilig, wordt elke beweging heilig. De gewaarwording van eenheid is niet langer alleen een intellectuele aangelegenheid. We zullen in al onze acties een heelheid zijn, totaal, natuurlijk, moeiteloos. Alles wat je doet of niet doet zal de geur van heelheid hebben.

[
volgende]
Ontwaken tot een totale revolutie: verlichting en de wereld in crisis




1 | 2
blocks_image