Toen ik ongeveer 7 jaar oud was ging ik wel eens spelen in een prachtig bos waar een beekje doorheen liep. Tijdens een van mijn bezoekjes, mijn laatste, ontdekte ik dat bulldozers de plek omver haalden om plaats te maken voor het eerste winkelcentrum in noordoost Ohio. Ik ben nooit vergeten hoe verbijsterd en verward ik me die dag voelde, en ik denk vaak dat dat incident de milieuactivist in mij heeft doen ontwaken. Enkele jaren later verhuisden we naar een klein plaatsje in Ohio, waar ik vele uren speelde in de dichtbij gelegen bossen, beekjes en velden. Het plezier dat het buitenleven mij gaf was onbeschrijfelijk. Pas toen ik ging studeren ontdekte ik de poëzie van Wordsworth, die op onnavolgbare wijze uitdrukte hoe jeugdig geluk en uitbundigheid samengaan met beboste valleien en de hoge blauwe lucht.

Ouder worden was lang niet altijd even makkelijk, met 7 broertjes en zusjes, een begrijpelijk afgeleide moeder en een veeleisende vader, wiens disciplinaire maatregelen soms waren gestoeld op 19
e eeuwse praktijken. Als afgestudeerde in chemische techniek van het Massachusetts Institute of Technology, was hij betrokken geweest bij de ontwikkeling van een nuttig maar ook nogal giftig soort plastic genaamd polyvinyl chloride, het roemruchte PVC. Toen ik afstudeerde van het hoger beroepsonderwijs in 1968, was ik wars van de moderne industrie en vooral van kapitalisme, omdat het de natuurlijke leefomgeving vernietigt. Maar mijn aanval op moderniteit werd niet alleen gevoed door ideologie en een passie voor de natuur. Vijandigheid ten opzichte van mijn vader, en daarom ook tegen zijn waardesysteem, speelde tevens een belangrijke rol. Wat waren die waarden dan? Dat industrie goed was omdat ze materiële welvaart bracht, betere gezondheid en een langere levensverwachting voor miljoenen mensen, van wie velen de ontberingen van de Grote Depressie en de Tweede Wereldoorlog zelf hadden doorgemaakt. Voor voorstanders van de industrie, was vervuiling slechts wat het kostte om zaken te doen die goed waren voor iedereen. “En”, zo vertelde één van mijn professoren me, “de mens is een dier dat zich uitstekend kan aanpassen!”

Al met al gingen mijn haren recht overeind staan als ik dacht aan de vervuilende fabrieken van de moderne industrie en de manier waarop arbeiders uitgebuit werden. Als aankomend academisch student in de zeventiger jaren voelde ik me aangetrokken tot filosofische zienswijzen die moderniteit als een enorme fout zagen omdat die de biosfeer verwoestte en de mensheid verwijderde van haar echte potentieel. Ik raakte geïnspireerd door het werk van de Duitse filosoof Martin Heidegger, die beargumenteerde dat het feit dat de moderne industrie de natuur puur als ruw materiaal behandelt
, gezien kon worden als het toppunt van het afglijden van het westen in het nihilisme. Ik begon met het publiceren van wetenschappelijke artikelen die onze misplaatste pogingen om de planeet te domineren bekritiseerden. Hierdoor kwam ik in contact met Bill Devall en George Sessions. Hun boek Deep Ecology heeft geholpen om onder die naam een milieubeweging te vormen. Om een totaal niet duurzame beschaving te hervormen moesten mensen “diep” nadenken over de wortel van milieuproblemen in plaats van deze gefragmenteerd te benaderen, zo beweerden diepte-ecologen. In mijn ogen was hun sterke vooroordeel tegen moderniteit consistent met de ideeën van Heidegger en dus publiceerde ik verschillende artikelen waarin ik Heidegger als een van de conceptuele voorlopers van diepte-ecologie opwierp.

Maar dit is slechts een deel van het verhaal. Want tijdens de middelbare school en op het HBO had ik me ook gewijd aan een van mooiste creaties van moderniteit, namelijk de burgerrechtenbeweging. Deze beëindigde de wetten van Jim Crow en maakte eindelijk dezelfde rechten voor zwarte mensen beschikbaar (in ieder geval op papier) zoals die voor alle inwoners van de Verenigde Staten golden. De grondwet van de VS—een zeer belangrijke prestatie van de moderniteit—maakte bewegingen mogelijk die de uitvoering van deze gelijke rechten voor iedereen opeisten. Na de burgerrechten volgden ook andere bewegingen: rechten voor de vrouw, voor homoseksuelen, voor indianen, voor dieren, en— jawel—ook voor bomen, rivieren en ecosystemen! Deze opmars van rechten, voor niet alleen meer degenen die oorspronkelijk baat hadden bij de rechten—blanke land- en vastgoedeigenaren, is gedurende de laatste twee eeuwen een opvallend feit gebleven. En het gegeven dat de rechten ook voor de natuur en de minder bedeelden gingen gelden, maakte dat ik wel iets anders ging denken over mijn eigen zelfvoldane antimodernisme.
blocks_image
Mijn weg naar integraal denken

Door Michael Zimmerman

De persoonlijke en filosofische confrontatie van een integrale ecoloog met de moderniteit.
1 | 2